Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoord 27.  Ps. 94:9, 10; Jes. 29:15, 16; Jer. 23:23, 24; Ezech. 8:12; Mat. 17:27;
Hand. 17:25-28; Hebr. 1:3; Jer. 5:24; Hand. 14:17; Spr. 22:2; Joh. 9:3; Spr. 16:33; Mat. 10:29.

Antwoord 28. Job 1:21, 22; Ps. 39:10; Rom. 5:3, 4; Jak. 1:3; Deut. 8:10; 1 Tes. 5:18;
Ps. 55:23; Rom. 5:4, 5; 8:38, 39; Job 1:12; 2:6; Spr. 21:1; Hand. 17:25-28.

Zondag 10 handelt over de voorzienigheid van God

1.
 De oproep, om in in de onbegrensde macht van God te geloven.
2.  De erkenning van Zijn Koningschap en regering.
3.  Het zich toevertrouwen aan Zijn Vaderlijke zorg.

De troost van de tiende Zondag
De Zondagen 9en 10 handelen dus van God de Vader en onze schepping. In Zondag 10 wordt specifiek gesproken over het werk wat onlosmakelijk aan het scheppen verbonden is, namelijk de goddelijke onderhouding of voorzienigheid, die, nadat Hij alles schiep, alles ook in stand houdt, tot op de dag van vandaag. De gelovigen hebben hart dat in het hachlijkst lot hun hoop stellen op de Heere hun God. Zij kunnen niet ophouden hun hart en oog op te heffen naar omhoog. Al komt er dan ook in hun leven een tijd dat ze het niet meer weten, en nachten, dat ze niet voorwaarts of achterwaarts kunnen gaan. Dat ze in droefheid neerzitten. Maar welgelukzalig is hij, die in de nacht van het leven op God wacht en zijn hoop op Gods ontferming bouwt en gelooft, dat de hand van God geleiden zal, ook in het dal van de schaduwen van de dood. Van die troost spreekt nu Zondag 10.

God heeft in alles voorzien, Hij heeft alles in Zijn plan opgenomen
In de Bijbel wordt het woord voorzienigheid niet genoemd, maar het wordt met andere woorden uitgedrukt, wanneer bijvoorbeeld de voorzienigheid genoemd wordt: de Godsregering, of op een andere plaats Gods hand, of Gods raad, of Gods ordinantie, waardoor de hemelen nog blijven staan. Duidelijk wijst de Heere in Zijn Woord erop, dat Hij alles van dag tot dag, tot heden onderhoudt. En nu gaat de onderwijzer tot onze troost dat verder ontvouwen. Hij gaat geen spitsvondig betoog opzetten over hetgeen, wat zoal tot de voorzienigheid behoort en hoe dat nu mogelijk is, maar hij laat ons de voorzienigheid van God zien. De Catechismus laat ons zien, dat God alles bestuurt en regeert. Dat woord voorzienigheid is misschien niet al te gelukkig gekozen, het zou aanleiding kunnen geven tot een verkeerde gedachte. Je zou kunnen denken, dat God alles van te voren zag, dat Hij dus wist wat er gebeuren zou. Dat is natuurlijk ook waar, maar dat houdt het woord voorzienigheid niet in de eerste plaats in. Het is wel waar, God weet alles wat er gebeuren zal, maar het woord voorzienigheid wil zeggen: God heeft in alles van te voren voorzien. Dat is heel wat anders, dan: God weet alles van te voren. Nee, God heeft in alles voorzien. Hij heeft dus alles klaargemaakt. Hij heeft alle voorzieningen getroffen, die nodig zijn om de aarde en de hemel te laten bestaan. Dat heeft Hij allemaal bepaald. Hij weet niet alleen, dat het zo gebeuren zal, maar Hij heeft dat zo stuk voor stuk in Zijn bestek, en Zijn plan opgenomen. Hij heeft gezegd, zo en zo moet dat gaan. Dat is de voorzienigheid Gods. Driemaal wordt in deze zondagsafdeling gesproken over Gods hand. In vraag 28 zegt Hij: Alzo dat alle schepselen in Zijn hand zijn. Dat is opmerkelijk: want Hij spreekt ook in deze afdeling van een Vader, ten opzichte van Zijn schepselen en ten opzichte van Zijn kerk in het bijzonder. Hij leidt Zijn schepping. Hij leidt Zijn schepselen en Zijn Kerk aan Zijn hand, zoals een vader zijn kind aan de hand neemt en overal brengt waar vader denkt dat het kind moet zijn, wat nuttig en nodig zal zijn voor het kind. Er is dan ook in alles wat gebeurt op de aarde geen willekeur en geen noodlot, ook al begrijpen wij dat niet. Ook al is voor ons menig gebeuren een raadsel, toch geschiedt het alles volgens een vaste wet, die God al van eeuwigheid bepaald en voorgeschreven heeft.

Gods regering gaat over de hele schepping, ook over ongelovigen
De voorzienigheid is ook niet in de eerste plaats een stuk om te begrijpen, maar een stuk van het geloof. Wij kunnen lang alles niet begrijpen, wat God doet, nee, zelfs Gods kinderen moeten dikwijls zwijgen, wanneer ze merken, dat God zo anders werkt als zij gedacht hadden, in de wereld, in hun huis en in hun hart. En toch roept God ons dan juist op, als we het met het verstand niet kunnen begrijpen, om ons onvoorwaardelijk in Zijn hand over te geven. Welnu, zo wil God ons nu ook hebben voor Zijn aangezicht. Vrij, kinderlijk, onbevangen, open, oprecht, alles zeggen wat we op ons hart hebben. Dan zal Ik u leiden, zegt de Heere, de weg die Ik wil dat gij zult gaan. Dat is geen willekeur. Hij heeft de hemel en de aarde voortgebracht, de zon en de maan en de sterren. Die onderhoudt Hij, ze beschrijven allen een baan door Hem bepaald. De mier, die door ons bij tientallen wordt uitgeroeid, de vlieg, die niet geteld wordt, die sterft wanneer wij het willen. Ook richt God het leven van deze dieren. Overal wordt de kracht van God in openbaar. De Heere Jezus getuigt het zelfs voor Pilatus, die zei: Wat is waarheid? Weet U niet, dat ik macht heb U te kruisigen, en macht heb U los te laten? Toen antwoordde Jezus: U zou geen macht hebben tegen Mij, indien het U niet van boven was gegeven (Joh.19:10 en 11). Alle macht, dus ook van degenen, die zich niet bekommeren om God, is van de Heere. De goddelijke regering over de wereld en de kerk en heel de schepping zal beantwoorden aan het doel, waartoe God alles geschapen heeft.

God bemoeit Zich met Zijn hele schepping
God heeft een plan met ons, Hij heeft werk voor elk mens en elk diertje op de aarde. Zolang, dat onnozele dier, wat door ons oog misschien niet eens gezien wordt, daar nog voort kruipt en God om zijn voedsel vraagt, zolang houdt God het in het leven. God heeft een plan met alles, wat in de hemel en op de aarde is. Niet alleen koningen en machtigen en degenen, die het uit maken in deze wereld, vallen onder de heerschappij van God, maar God bemoeit Zich ook met die eenzame, daar in het land van Moab, met die Naomi, met Abraham, de vader van alle gelovigen, met David in de grootheid van zijn sterkte, in de overwinningen van zijn vijanden. Zo gebruikt God een paar arme vissers, om die grote boodschap van het Evangelie in de wereld uit te dragen. Niet één van die is door God vergeten. Ja, zelfs bemoeit God Zich met satan, want wanneer Jezus Zijn voeten op het land van Gadara zet, dan komt de satan kruipend aan Zijn voeten en dan bidt hij Hem: U bent de Christus, de Zoon van God. Bent U gekomen om mij te pijnigen voor de tijd? (Matth.8:29 vv). De almacht, de onbegrensde kracht openbaart God over alles in Zijn voorzienigheid. Wat moeten wij toch, die de Heere vrezen een stil en gerust leven hebben in Zijn armen, aan Zijn voeten, wetende dat geen schepsel zich bewegen kan tegen Zijn wil. Alle middelen en wegen moeten samenlopen om dat raadsplan uit te voeren? Dat God door de prediking van het Evangelie die boodschap van het heil, die Hij in het midden van de wereld brengt, Zijn kerk uit de ruisende kuil ophaalt.

God bemoeit Zich ook met eenvoudige zaken in ons dagelijks leven
God zou u ook kunnen bekeren zonder dat u naar de kerk gaat, maar het is nu die raad van God om dat te doen door het Woord en door de prediking en door het lezen en door het bidden. Vandaar dan ook, dat u niet moet zeggen, wat baat het me alles. God doet niet alles wat Hij kan. God wil u bekeren in Zijn huis. Hij wil u met Zijn Vaderhand leiden. Wanneer u leeft onder het Woord, wanneer u uw hart gevangen geeft onder Zijn getuigenis, dan staat dat in het bestek geschreven. Daar hebben we ons maar naar te richten, omdat dat nu de wil en het welbehagen van God geweest is. Dan wil de catechismus, dat we niet alleen Zijn hand zien, in al hetgeen zoeven werd genoemd, maar dat we ook Zijn hand opmerken. Zijn Vaderhand gevoelen. Daar is geloof voor nodig. Een ongelovige ziet nergens Gods hand in. De catechismus noemt geen grote feiten in het wereldgebeuren. Die zegt niet: Kijk, daar kun je de voorzienigheid van God in zien, de catechismus noemt, maar heel eenvoudig loof en gras, regen en droogte. De Heere zegt: Let daar nu eens op, Ik bepaal hoe het gaan zal in uw dagelijks leven, Ik geef je kracht om je werk te doen. Dat doe Ik allemaal. Nee, de catechismus noemt heel eenvoudige dingen, opdat we niet alleen zouden denken, dat God ons leven regeert in schokkende gebeurtenissen, maar wil ons "Christenen" doen zijn in ons dagelijks leven, van de morgen tot de avond en ook van de avond tot de morgen.

In tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar
De catechismus, leert ons dat elke dag weer opnieuw van 's morgens tot 's avonds, dat het de hand van God is die het doet? Hij zegt dat, opdat wij in alle tegenspoed geduldig, en in voorspoed dankbaar zouden zijn. Ja, en in alles wat ons nog toekomen kan, een vast vertrouwen hebben op onze getrouwe Vader, terwijl ons geen schepsel van Zijn liefde scheiden kan. Dus, als we dat alles zien als uit Zijn hand, dan hebben we er dit aan, dat we in alle tegenspoed geduldig zijn. Ja, het geloof geeft evenwicht in ons leven, dat doet ons in tegenspoed geduldig zijn. Geduldig is heel iets anders dan berusten. Geduldig, dat is kruisdragen, het gewillig opnemen en zeggen: Vader, U zult het wel niet verkeerd gedaan hebben en daarom, hoe moeilijk het ook voor me is en hoe onbegrijpelijk Uw wegen ook zijn, Vader, U doet het goed. Dàt is geduldig. Hij zegt alleen, dat we in tegenspoed geduldig moeten zijn. Dat is dus niet afwachten, wat er verder gebeuren zal, omdat er toch niets aan te doen is. Maar dat is alles in de hand des Heeren geven, zeggende: U hebt nog nooit iets verkeerd gedaan. Vader, wat U doet is goed! En in voorspoed dankbaar. De ware dankbaarheid bestaat in het zeggen met ons hart: Heere, U bent het. Voorspoed is buigen aan Zijn voeten en zeggen: Heere het is alles uit Uw hand, onverdiend verkregen. Wat zal ik met Gods gunsten overladen, die trouwe Heere voor Zijn genade vergelden. Vader, Uw trouwe hand heeft het ons toebedeeld. En in alles, wat ons nog toekomen kan een vast vertrouwen te hebben op onze getrouwe God en Vader, en dat ons geen schepsel van Zijn liefde scheiden zal. Er staat dus niet, dat wanneer we vertrouwen hebben, op onze getrouwe God en Vader, dat geen leed meer zullen kennen, dat staat er niet. Er staat, dat ons geen schepsel, wat voorschepsel het ook zijn mocht, of het nu een vijand is, mens of dier of wat er ook op aarde is, dat ons geen schepsel van Zijn liefde scheiden zal. De onderwijzer zegt niet tot degenen, die God als hun Vader eren en kennen en Hem zoeken, dat ze nu geen leed meer zullen krijgen, dat ze geen kruisen meer te dragen zullen hebben. Maar hij zegt, dat geen schepsel hen van Gods liefde scheiden zal. En dat is toch het voornaamste. Want we kunnen het kruis wel dragen, als het maar in de gemeenschap met Christus is.

Hij vraagt om ons hart, zowel in voorspoed als in tegenspoed
Straks zullen we het onderscheid zien tussen degene, die God dienen en degene, die Hem niet dienen (Mal.3:18). Deze God staat ook heden nog aan de deur van ons hart te kloppen, om ons opmerkzaam te maken, dat Hij het is, Die ook ons leven regeert. Kom, geef Hem uw hart. Mijn zoon, mijn dochter geef Mij uw hart (Spr.23:26). Werpt al uw bekommernissen op Hem, want Hij zorgt voor u. (1 Petr.5:7). Hij vraagt om ons hart, Hij vraagt ons hart, zowel in voorspoed als in tegenspoed, waag het nu eens met Mij. Hij die de leliën bekleedt, Hij weet toch ook wel, hoe Hij u moet kleden. Was dit niet de reden, dat Christus tegen de jongeren zei: Al deze dingen zoeken de heidenen, maar uw hemelse Vader weet, dat u al deze dingen behoeft (Matth.6:32). Het zijn twee lijnen, die God trekt door deze wereld. Zijn souvereiniteit en 's mensen verantwoordelijkheid. Naar Zijn verborgen besluit kan niemand leven, omdat we niet weten wat dat is, maar, die naar de geopenbaarde wil van Gods weg wenst te leven, die mag getroost in voorspoed, in tegenspoed in zieke en gezonde dagen, in rijkdom en armoede, in leven en in sterven, weten, dat niets gebeurd buiten de wil van onze hemelse Vader. God beproeft wel eens Zijn werk, of wij nog vol willen houden aan onze oprechtheid, of we nog op God willen hopen. En als we aan het eind van de baan gekomen zijn, als we de levensweg hebt afgelegd, dan zullen we straks de uitkomst zien, dat niets ons scheiden kan van de liefde van God, welke
is in Christus Jezus onzen Heere.


                          
















 


a

LOGO

Zondag-1






Sola Scriptura