Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoord 29.  Mat. 1:21; Hebr 7:25; Jes. 43:11; Joh. 15:4, 5; Hand. 4:11, 12; 1 Tim. 2:5;
1 Joh. 5:11, 12.

Antwoord 30. 1 Kor. 1:13, 30, 31; Gal. 5:4; Jes. 9:6; Joh. 1:16; Kol. 1:19, 20; 2:10;
Hebr. 12:2; 1 Joh. 1:7.

Het gaat in Zondag 11 over de naam Jezus:

We benadrukken deze behandeling als volgt:
1.
 Hij is Zaligmaker.
2.  Hij is de enige Zaligmaker.
3.  Hij is een volkomen Zaligmaker.

Paulus leert de naam van Jezus kennen en daardoor zichzelf
Paulus kende een tijd in zijn leven, dat hij veel roem had, roem in zichzelf. Hij had het uitnemend ver gebracht. De mensen bogen zich eerbiedig voor deze jonge farizeër. Hij hield stipt de wet van God. Niemand in zijn omgeving was als hij. Zo uitnemend vroom, rechtzinnig en rechtvaardig. Tot hij in aanraking kwam met Jezus. Toen was het met zijn roem gedaan. Toen smolt al zijn grootheid, zijn rechtzinnigheid en zijn rechtvaardigheid als sneeuw voor de zon. Hij werd wat hij allang in Gods ogen was, namelijk een verloren en verdoemelijk mens voor God. Toen hij kennis maakte met Jezus, verloor hij in die kennismaking alle roem van zichzelf. Toen heeft God hem geleerd te roemen in die Ander, Die ook zijn Zaligmaker werd.

Door deze Naam leren we de hemelse blijdschap kennen
Ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd (1 Kor.2:2). Dat is mijn leven. Dit gaat gepaard met veel droefheid, veel schuldbelijden, maar er komt ook een hartelijke blijdschap in God, door Christus. Wij komen tot de ontdekking de ontzaglijke duisternis, waarin wij van nature wandelden, maar wij ontdekken ook hemels verblijd zijn, door het licht dat nu ontstoken is, tot kennis van de Zaligheid, in onze schuldvergiffenis. Die nooit in schoner glans verscheen, dan nu door de Naam van Jezus, Die God gezonden heeft om Zalig te maken, die verloren zijn. Daarom wordt de Zoon van God "Zaligmaker" genoemd.

Wij zijn nu gekomen aan het tweede stuk van onze Apostolische geloofsbelijdenis, waar wij belijden te geloven in God de Zoon en onze verlossing.

Indeling over de persoon van Jezus
-
Het eerste stuk is van God de Vader en onze schepping en het
- tweede gaat over God de Zoon en onze verlossing.

Daar wijdt de onderwijzer negen zondagen aan:
-  drie over de persoon van Jezus,
-  drie over de staat van Zijn vernedering en
-  drie over de staat van Zijn verhoging.

Een vast geloof in de waarheid van de Schrift
Wanneer wij tot de Schrift komen, kunnen wij dat doen op twee manieren. We komen tot de Schrift met een hoogmoedig hart en dan verwerpen wij de waarheid van de Schriften, dat kan niet anders. Want de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die van de Geest van God zijn. Wij zijn dwaas en zonder vernieuwing kan niemand het koninkrijk van God zien. We kunnen het niet eens zien, laat staan, erin gaan. Of wij komen tot de Schrift, als door de Schrift geoordeeld. Dan vallen wij aan de voeten van de Heere neer en buigen ons onder het woord van God en gevoelen ons overwonnen. We buigen in ootmoed en beamen, wat God daarin geschreven heeft. Een derde weg is er niet. De Schrift laat zich niet plooien en omvormen naar de verdorven mening van ons verdwaasd verstand. De Schrift wil geloofd worden en waar hij niet geloofd wordt, daar wordt hij verworpen. Ook al zegt men dan, dat men uit de Schriften wil naspeuren wie Jezus is. Als men met zijn verduisterd verstand niet aanvaardt, wat God van Hem gezegd en geschreven heeft, maar door menselijke wetenschap andere dingen wil opdelven uit de Schrift, dan die God daarin voor Zijn kinderen geschreven heeft, dan zijn wij op een dwaalspoor. Nee, niet wij maken uit wie Jezus eigenlijk is in Zijn persoon en werk, maar God zal zeggen, wie Jezus is. Hij heeft het nadrukkelijk gezegd en Hij zegt het ook nu tegen ons. Hij zegt: O, zondaar, weet u wie Jezus is? Ik heb Hem gegeven als een Zaligmaker van zondaren. Dat is Jezus. Als u Hem zo niet kent en zo niet te voet valt, dan is Hij niets voor u. Ja dan zal Hij uw Rechter zijn

Wij hebben een Zaligmaker nodig, Die van de zonde verlost
De nood van deze wereld is niet de oorlog, ziekte of armoede, allerlei kruis, die het mensdom terneer drukken, maar de nood van deze wereld, dat zijn wij. Wij maken de nood van deze wereld uit, omdat wij zondaren zijn. De zonden zijn de oorzaak van alle leed, dat er op de wereld gekomen is. De gehele scheppping zucht om onze zonden. Daar komt de ellende vandaan. Wij hebben een Zaligmaker nodig, Die van de zonde verlost! De zonde is de oorzaak van alle disharmonie, van alle ontsporing, van alle onvrede. Waren er geen zonden, dan waren er geen wonden. Omgekeerd is het ook waar: hebben we iemand gevonden, die de zonden wegneemt, dan neemt hij ook de wonden weg. Dan neemt hij ook het kruis weg. Dan neemt hij ook alle moeite en verdriet weg. Dan neemt hij ook de tranen weg. Want, waar geen zonden meer zijn, is geen toorn meer, daar is geen kruis en daar is geen ellende meer. De naam Jezus wijst ons in de eerste plaats het oordeel aan. U zult Zijn naam Jezus noemen, want Hij zal Zijn volk zaligmaken van hun zonden. Jezus en zondaar, die staan in rechtstreeks verband met elkaar. Die naam Jezus rukt ons het masker af, die naam Jezus zegt ons: U bent verloren. God openbaart ons in Christus, Zijn gestrenge rechtvaardigheid over de zonden. De geboorte, lijden en sterven, het kruis van Golgotha openbaart ons de totale en finale afval van God. Dat openbaart ons de toorn van God, die over de zonden gaat. Dat stelt ons klaar en indringend aan de kaak als verloren voor God. Die naam Jezus moet ons alle hoop volledig ontnemen. In Jezus maakt God een nieuw begin. In Jezus Christus gaat Hij alle mensen voorbij, de beste en de slechtste. Hij maakt een nieuw mens en aan die mens rekent Hij de zonden van Zijn volk toe.

Het is de Geest van Christus, de Heilige Geest, Die ons ontdekt
Er is echter een ontdekking, die nog pijlijker is dan de ontdekking van de wet. Er is een ontdekking van de zonden, vanuit het Lam; door Jezus Christus, door Zijn kruis, door Zijn lijden en door Zijn sterven. Díe ontdekking van Jezus Christus, die breekt de laatste vezels van onze
hoogmoed. Die ontdekking doet ons innerlijk ineenkrimpen, die doet ons niets zijn voor God, die doet ons sterven voor God. Ja, die doet ons met Paulus van harte zeggen: Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag gewinnen (Fil.3:8). Het is de Geest van Christus, de Heilige Geest, Die ons ontdekt, dat we buiten Hem voor eigen rekening staan en onder de eeuwige toorn van God liggen, die op ons rust, reeds vanaf het uur van onze geboorte af. Daarom is Jezus in de wereld gekomen. Daarom is Zijn naam geopenbaard, om aan de mensen te laten zien, dat ze voor eeuwig afgekeurd zijn en niet meer tot hun doel kunnen komen. Indien er een mogelijkheid was, dat de mens zich in eigen kracht tot God wenden zou, dat een mens zich los kon maken van zijn zondig bestaan, dan was het niet nodig geweest, dat God Zijn Zoon zond. Doch God heeft op de wereld rondgezien of er iemand was, die goed deed; of er iemand was, die God zocht, maar Hij heeft niemand gevonden. Hij betuigt het: allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe (Rom.3:12).

De zondaar heeft een Verlosser nodig
Nu staat er, waarom wordt Hij Jezus genoemd? Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost. Dat zijn geen twee aparte zaken: Ons zalig maakt en ons van al onze zonden verlost. En hoe verlost Hij ons van onze zonden? Door Zelf tot zonde gemaakt te worden, door opnieuw te beginnen en dan niet zo als Adam in het Paradijs, maar met een lichaam, dat aan de gevolgen van de zonden onderworpen is. Door God gesteld onder de last van de zonden. Zo komt Hij op deze wereld, want van de zonden verlossen kan Hij alleen door de schuld, die wij gemaakt hebben op zich te nemen en te doen, wat God vraagt van ons, wat wij nooit meer kunnen, namelijk al Zijn geboden volkomen onderhouden. Welnu, dat heeft Hij gedaan, dat heeft Hij niet alleen geleerd, want de moderne mens wil nog wel een profeet, die de mensen leert, hoe ze beter moeten worden en een nieuwe aarde kunnen maken, en een Paradijs hier tot stand kunnen brengen. Maar, die zondaar heeft meer nodig dan een profeet, die de weg wijst. De zondaar heeft een Verlosser nodig. Dat eist een erkentenis van onze totale mislukking. Zijn wij nu wel eens zover gebracht onder het Woord van God, dat we gezien hebben zonder Jezus onder het oordeel te liggen? Is er ooit, die kracht van het Woord van God uitgegaan, dat we geroepen hebben: Geef mij Jezus of ik sterf, want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf?

Geen andere middelaar tussen God en de mens
Ja, geloven dan die ook in de "enige" Zaligmaker Jezus, die hun zaligheid en heil bij de heiligen, bij zichzelf, of ergens anders zoeken? De onderwijzer doelt hier in de eerste plaats op de roomse mensen, die zeggen: Christus is zo groot en zo ver weg, veel te heilig en veel te majestueus, wij moeten een middelaar zoeken, wij moeten de maagd Maria aanroepen, de moeder van Jezus, of wij moeten de discipelen of de apostelen te hulp roepen, of wij moeten andere uitnemende heiligen aanroepen, of wij moeten de priesters te hulp roepen als middelaar tussen God en tussen de mens. Mag dat? Geloven die ook in de enige Zaligmaker? Wij mogen deze mensen er niet van beschuldigen, dat ze niet over Jezus spreken en dat ze Jezus geen plaats gegeven hebben in hun godsdienst. O, dat weet u wel. Maar er staat: die hun zaligheid en heil bij de heiligen, bij zichzelf of ergens anders zoeken. Geloven die ook? Dan zegt het antwoord: Neen, maar zij verloochenen met de daad de enige Heiland en Zaligmaker Jezus, ook al roemen zij met de mond in Hem. Want één van beide: òf Jezus is geen volkomen Zaligmaker, òf zij die deze Verlosser met waar geloof aannemen, moeten alles in Hem hebben wat voor hun behoud nodig is. En voor wie Hij geen volkomen Zaligmaker zijn mag, voor die is Hij geen Zaligmaker!

Buiten Hem is een eeuwig zielsverderf
Jezus zegt in Matth.28:18 En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden(Hand.4:12). Waar begint de zaligheid dan? Als wij niet tot Hem kunnen gaan als Zijn kind, dan moeten wij toch zeker tot Hem komen om Zijn kind te worden. Wie kan u anders aan uw schuld ontdekken? Ziet, de Vader is een verterend vuur, en een eeuwige gloed, tot wie wij niet kunnen naderen. De Heilige Geest spreekt nooit van Zichzelf en doet niets uit Zichzelf. Die zal Mij verheerlijken, zegt Jezus. Laat dat toch de praktijk van ons leven zijn, laten wij dan geen andere middelaar zoeken. Laten wij niet afgaan op ijdele redeneringen van mensen. Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Wat God in Zijn Woord gezegd heeft. Dat in de naam van Jezus zaligheid is en dat buiten Hem een eeuwig zielsverderf is. Daar kunnen wij met de mond nog wel over spreken, maar, als wij de zaligheid ergens anders zoeken, bij mensen, hoe godzalig, die mensen ook mogen schijnen, of bij onszelven, of bij enige bevinding, dan zijn wij buiten de gemeenschap met God in Christus Jezus, dan zijn wij op een dwaalspoor. Maar de omgekeerde zijde is tot onze grote troost ook waar. Indien ooit het Evangelie van Jezus ons hart geraakt heeft en Zijn naam ons ontdekt is aan het diepste innerlijk van ons leven, zondaar, hoe gescheiden wij ons dan ook zagen en hoe ver weg we ook door de zonden ons gescheiden voelden, dan maakt God een verbinding. Dat is het wonder van de genade van God, wanneer wij die scheiding zien en erkennen, wanneer de mens die scheiding bekent en goedkeurt, als we zeggen: o God, ik heb gezondigd en ik heb al Uw geboden overtreden en het noodzakelijk gemaakt, dat U Uw Zoon in de wereld zond, omdat ik Uw wetten geschonden heb en Uw eer en Uw rechten vertrapt. Dan doet God het wonder. Dan brengt God deze twee totaal ongelijke partijen bijelkaar. Dan gaan wij die naam van Jezus aflezen uit elke tekst van de Bijbel. Die Zaligmaker van zondaren wordt dan de spijs van onze ziel.

Er blijft maar één Naam over, dat is de naam van Jezus
Die openbaringen van Gods welbehagen in Zijn Zoon Jezus Christus, Die rijk was, maar arm werd, om onze armoede met Zijn rijkdom te vervullen. Als dat contact tot stand komt, dan gaan wij vanuit de hel naar de hemel, vanuit de rampzaligheid naar de zaligheid, vanuit de eeuwige hopeloosheid naar de eeuwige vrede. Wanneer we zien, op welke wijze God deze Zaligmaker naar de wereld zond en welk werk Hij gedaan heeft, om ons zalig te maken, dan blijft er maar één Naam over, die we in leven en in sterven willen noemen, en dat is de naam van Jezus. O, Hij is de schoonste. Hij is ingegaan in het huis van een heiden, Hij kwam in de woning van een tollenaar, Hij heeft hoeren en tollenaren zalig gemaakt. Hij was zo nederig, dat Hij nederboog om de voeten van de discipelen te wassen. Hij roept het ons toe: Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen (Matth.11:29). Wanneer u dan tot het geloof gekomen bent, dat Hij van God gegeven is om in uw plaats de toorn van God weg te dragen, leun dan ook met uw gehele ziel op Hem, leun voor tijd en eeuwigheid op Jezus. Nu, leun op Hem, elke morgen als u uw werk begint, in alle moeite en in alle verdriet, in alle kruis, dat door zonde over ons komt. In zieke en gezonde dagen. We benadrukken het met alle kracht: er is een eeuwig verbond der genade met God. Jezus Christus is die naam van God gegeven. We moeten alles in Hem hebben, ook voor ons nageslacht, of wij hebben niets in Hem. Omgekeerd is het ook waar. Als Hij mijn Zaligmaker wil zijn, dan heb ik ook hoop voor mijn kinderen. Wanneer Hij mijn God wil zijn, Die voor mij zorgt, dan geloof ik ook dat Hij de herder van Zijn kerk is. Als Hij mij leidt aan zeer stille wateren, als Hij mijn zondepak van mij neemt. Hij, die in mijn plaats in het gericht van God stond; dan geloof ik ook, dat Hij in uw plaats in het gericht van God gestaan heeft; die al de toorn van God over u heeft weggenomen. Kom, o, kom dan zo tot Hem, u kunt voor Hem niet te arm zijn, u kunt voor Hem niet te laag buigen. Wanneer u eenmaal die naam ontdekt, wanneer de Heilige Geest die naam van Jezus in uw hart geeft, met andere woorden, wanneer u ooit een oog kreeg voor Hem, zo nederig en goed, hoe Hij de weg van de pijn ging, door God verlaten, in uw plaats, dan hebt u de armen van uw ziel naar Hem uitgestrekt en daar hebben wij het uitgeroepen: Weg wereld, weg schatten, u kunt niet bevatten hoe rijk dat ik ben. Ik heb alles verloren, maar Jezus verkoren, Wiens eigen ik ben.


                        
















 


a

LOGO






Sola Scriptura