Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn   (Jesaja 61:1; Lukas 4:18).

Antwoord 31.
  Ps. 45:8; Jes. 61:1; Luk. 4:18; Hand. 10:38; Heb. 1:9; Deut. 18:15; Jes. 55:4; Mat. 11:27; Joh. 1:18; 15:15; Hand. 3:22; Ps. 110:4; Heb. 7:21; 9:12, 14, 28; 10:12, 14; Rom. 8:34; Heb. 7:25; 9:24; 1 Joh. 2:1; Ps. 2:6; Zach. 9:9; Mat. 21:5; 28:18; Luk. 1:33; Joh. 10:28; Opb. 12:10, 11.

Antwoord 32. Hand. 11:26; Jes. 59:21; Joël 2:28; Hand. 2:17; 1 Kor. 6:15; 1 Joh. 2:27; Mat. 10:32, 33; Rom. 10:10; Ex. 19:6; Rom. 12:1; 1 Petr. 2:5; Opb. 1:6; 5:8, 10; Rom. 6:12, 13; Gal. 5:16, 17; Ef. 6:11; 1 Tim. 1:18, 19; 1 Petr. 2:9, 11; 2 Tim. 2:12; Opb. 22:5

De Ambtsnaam van Jezus

Twee hoofdthema's in Zondag 12:
1.
 Waarom wordt Jezus, zo heet immers de Zoon van God, Christus genoemd ?
2.  Waarom worden de gelovigen Christenen genoemd ?

Inleiding
Christus arbeid, tekent Hem, zoals in de 12e Zondag van onze Catechismus staat, als de Messias. Als zodanig ontmoet Hij die vrouw, die in de zonde leefde. Hij spreekt haar aan, ontdekt haar aan haar zonden en openbaart Zichzelf aan haar, als het levende water en geeft haar ook van dat levende water te drinken. Zo wordt zij weer een mens Gods, die zegt: Dat is Hij, naar Hem hebben onze vaderen gehunkerd, dat is de Messias, de Christus, want Hij heeft mij alles verteld, wat ik gedaan heb. In Hem zag zij de Zoon van God en heeft in Hem de verlossing ervaren, die door Hem is. Dat is in het kort Zijn arbeid, Zijn werk, Zijn ambt, waarvoor Hij van God verordineerd is. Zien wij verder wat de Catechismus daarvan zegt. Waarom is Hij Christus, dat is Gezalfde genaamd?

Zijn eigennaam is Jezus, Zijn ambtsnaam is Christus
Christus is dus de ambtsnaam van Jezus. Jezus dat is Zijn eigennaam, zo heet Hij. En Christus, dat is Zijn ambtsnaam, Zijn titel. Dat is de functie, waartoe Hij van God gesteld is. Christus is in het Hebreeuws: Messias en in het Nederlands: Gezalfde. Dat is allemaal precies hetzelfde: Christus, Messias, Gezalfde. Nu vraagt de Catechismus: Waarom is Hij zo genoemd? Hij is zo genoemd, omdat Hij zo is. Dat hebben wij ook bij de naam Jezus gezien, bij die eigennaam van de Zoon van God. Hij heet Jezus, omdat Hij Jezus is. Zo is Hij. Hij wordt Christus genoemd, omdat Hij Christus is. De gedachte aan de Messias leefde onder Israël zolang zij de openbaring van God hadden. Het volk zag geslacht na geslacht uit naar de Messias. Weliswaar hebben ze een heel vertekend beeld in hun gedachten van de Messias. Zelfs zo erg, dat, toen de Messias kwam, ze Hem gekruisigd hebben, maar dat neemt niet weg, dat diep in hun hart toch de gedachte was gegrift aan de Verlosser, aan de Messias.

De zalfolie was een afschaduwing van wat het in feite betekende,
Ik God neem er u uit en Ik gebruik u als een instrument in Mijn dienst
Om Redder van zondaren te kunnen zijn, moest de Zoon, Die in de wereld gezonden is, de Christus zijn, de Gezalfde Gods zijn, om Profeet, Priester en Koning te zijn. Hij moest meer zijn dan alleen mens, want Hij moest, behalve het onderhouden van de wet, dat God ons opgedragen had, na de schepping in het Paradijs; de eenmaal gemaakte schuld, voor God boeten. Daarom moest Hij meer zijn dan een eindig mens, meer zijn dan een rechtvaardig mens. Hij moest ook eeuwig God zijn. Welnu, dat heeft de Heere Jezus Christus op Zich genomen. Daartoe heeft God Hem aangewezen; omdat Hij door God den Vader uitverkoren is, dat wil zeggen, bestemd is, afgezonderd is en met de Heilige Geest gezalfd. Naar Zijn Godheid had Hij die afzondering en bekwaammaking niet nodig, maar als Christus, als nieuwe mens, als de laatste Adam, als zodanig is Hij van de Vader afgezonderd, alleen gesteld, uitverkoren, aangewezen en bekwaam gemaakt. Daartoe heeft God Hem met de Heilige Geest gezalfd. Onder het Oude Testament heeft God diegenen, die Hij tot profeet, priester en koning uitriep, voorbeeldig gezalfd met de heilige olie. De ambtsdragers van God werden met die heilige heerlijke olie gezalfd, die naar Gods verordening was samengesteld van planten, die een speciale vluchtige olie produceerden en een kostelijke reuk verspreidden. Natuurlijk niet zo, alsof die heilige zalfolie een magische kracht bezat, maar die heerlijke reuk van die zalfolie moest die zondige mensen als het ware afwassen, bedekken, heerlijk maken en bekwaam maken om voor God te kunnen staan en om in de dienst van god te kunnen bezig zijn. Die zalfolie was een afschaduwing van wat het in feite betekende. Want dat zalven betekende in feite: Ik God neem er u uit en Ik gebruik u als een instrument in Mijn dienst. U bent van Mij. De profeten, de priesters en de koningen waren in het bijzonder, door God verkoren instrumenten om de raad en de wil van God tot verlossing van Zijn volk bekend te maken. Zij zouden die wijsheid niet gehad hebben, zij zouden dat bewogen hart niet gehad hebben, zij zouden ook de Majesteit aan dat Woord niet hebben kunnen toevoegen, als de Heere hen zelf niet Zijn Heilige Geest gegeven had, als de Heere hen niet uit de hoop van de mensen had afgezonderd.

Christus gezalfd met de Heilige Geest tot een ambt
Christus is niet gezalfd met die vluchtige welriekende olie. Hij is wel eens gezalfd in Zijn leven, maar dat was niet om ambtsdrager te worden. Maria heeft Hem gezalfd tot een voorbereiding voor Zijn begrafenis. Ook de zondares in het huis van Simon heeft Hem gezalfd, maar dat was uit reine liefde van haar hart, om Hem al haar liefde waardig te schatten. Dit gebeurde niet om Hem af te zonderen tot een ambt. Hij is gezalfd met de Heilige Geest. Die is Hem gegeven, die is Hem in het bijzonder gegeven bij de doop in de Jordaan. Toen Hij uit het water opklom en de Vader sprak: Deze is Mijn Zoon, Mijn geliefde, toen daalde de Heilige Geest op Hem in de gedaante van een duif. Toen is Hij Zijn volle bediening ingegaan. Hij is gezalfd, zegt de Catechismus, tot onze hoogste profeet en leraar. Tot onze hoogste profeet en leraar, die ons de verborgen raad en wil van God, van onze verlossing, volkomen geopenbaard heeft. Daar gaat het om. Jezus Christus is de door God gezalfde profeet, om het Woord van God te spreken als leraar. De profetische bediening heeft Hij bijzonder ontvangen om ons te leren, staat er. En wat leert Hij ons dan? Hij leert ons de verborgen raad en wil van God tot onze verlossing, de volkomen openbaring van die verlossing. Dat is de kern van Zijn leerambt. Daartoe heeft God ons Zijn Woord gegeven, waardoor Jezus Christus als de hoogste profeet en leraar tot ons komt. Zo moeten en mogen wij het zien. Hij gaat ons de verborgen wil en raad van God tot onze verlossing volkomen openbaren. Dat was ons totaal verborgen. Daar wisten wij niets van. De duisternis, waarin wij van nature leven is zo dicht, de nacht zo inktzwart, dat wij allemaal waandenkbeelden van God hebben in onze natuurstaat, zo dat wij de ware kennis van God volledig missen.

Christus is ook Zelf de Weg naar het Vaderhuis
We als het ware tot die dierbare Geest: O, dierbare Geest, ik heb U altijd tegengestaan. Dan heb ik U altijd uitgeblust. Ik heb de zonde gekozen boven de genade. Anders wordt het, als deze Leraar der Gerechtigheid ons gaat onderwijzen. Elk mens, die Jezus Christus niet kent als zijn Verlosser, is een vijand van God, een vreemdeling van de weg van Gods genade. Wat is het echter een groot voorrecht, dat God niet afwacht, totdat wij tot Hem terugkeren, dat God niet afwacht, totdat wij Jezus kiezen in plaats van Bar- abbas, maar dat God souverein Zijn bediening heerlijk maakt aan u allen. Als Hij ons enkel de raad en wil van God tot onze verlossing geopenbaard had en Hij had ons hart niet veranderd, dan zouden wij nog vreemdelingen gebleven zijn van de geheimen, van de verborgenheden van God. Maar bij Zijn spreken, bij Zijn profetisch spreken, heeft Hij ons ook Zijn priesterlijke liefde geopenbaard. Daartoe is Hij van God gezalfd geweest, daartoe is Hij tot Christus gemaakt. Er staat; tot onze enige Hogepriester, Die ons met de enige offerande Zijns lichaams verlost heeft. Met, dat Hij het woord van de waarheid deed horen, treedt Hij ook verlossend op in de bediening van Zijn Woord. Hij is het ook, die de grendels van het hart wegschuift, die de deuren in stukken breekt, die binnentreedt met de macht van Zijn Woord. Dat kan, dat mag, daartoe heeft Hij ook opdracht van God gekregen. Want zoals de priesters onder het Oude Testament door het bloed in mochten gaan voor het aangezicht van God, anders mochten ze niet voor God verschijnen, de priesters niet en de hogepriester niet, want God is Heilig en bij een heilig God kan alleen een heilig schepsel verkeren zo heeft God de weg aangewezen en gezegd, als u een lammetje slacht en u neemt het bloed en u komt met dat bloed voor Mijn aangezicht, dan zal Ik u in liefde ontvangen. Wij weten, dat dat bloed van stieren en bokken de toorn van God niet geblust heeft. Maar dat bloed zag heen naar het bloed van dat onbestraffelijk en onbevlekte Lam. Welnu, deze Christus predikt niet alleen dé weg naar het Vaderhuis, maar Hij is ook Zelf de Weg naar het Vaderhuis. Dat is Hij door zelf Lam Gods te zijn, door zichzelf aan God op te offeren, door met Zijn bloed betaling te doen aan de rechtvaardige Rechter. Daartoe is Hij van God gezalfd. God heeft Hem alleen gezet. God heeft Hem die plaats gegeven. God heeft Hem aangewezen. Hij heeft Hem verordineerd. O, dat is het schone, het hartverwarmende, het zielsverkwikkende van het Christendom.

Die ons gekocht heeft met Zijn dierbaar bloed
We kunnen er verzekerd van zijn, dat de hemel schoon is en dat het gezang van de heilige engelen ons zal doen trillen van aanbidding en verwondering, zoals ook de aanschouwing van de wet, waarvan God ons verlost heeft, maar de wonden van Christus, het bloed van het Lam, zal dit alles verre overtreffen, zodat wij de zang der engelen en de pracht van de hemel verre zullen achterstellen, bij de aanschouwing van Hem, Die ons gekocht heeft, niet met vergankelijke dingen, goud of zilver, maar met Zijn dierbaar bloed! O, dat wij hier op aarde reeds begerig werden, om de lengte, de breedte, de hoogte en de diepte van deze liefde te mogen naspeuren. Die ons, staat er, met de enige offerande van Zijn lichaam verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussentreedt bij de Vader. Dat doet Hij nu nog. Die enige offerande heeft Hij in eeuwigheid volbracht, uitroepende: Het is volbracht. Maar, dat Middelaarsschap aan de rechterhand Zijns Vaders, vervult Hij nu nog.

Christus regeert als Koning
En tenslotte en tot onze eeuwige Koning die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt. Tot onze eeuwige koning. Hij is koning over alles. Mij is gegeven alle macht. Over de duivel, over wolken, lucht en winden, die Hij wijst spoor en loop en baan. Maar Hij is in het bijzonder onze Koning. Wat doet Hij als koning? Hij verlost ons uit het diensthuis van de zonde, van de heerschappij van de zonde. Hij verlost ons, Hij leert ons, Hij onderwijst ons en Hij behoudt ons door Zijn Woord en Geest bij die verworven verlossing. Hij beschut ons. Dat ziet op de gevaren, die van buiten tot ons komen, ten opzichte van de vijanden en Hij behoudt ons. Hij onderhoudt ons, Hij steunt ons en Hij wakkert het geloof aan, Hij maakt onzeliefde vurig, Hij geeft ons een nieuwe hoop. Dat doet Hij als onze almachtige koning der ere. Welnu, rust mijn ziel, uw God is koning, heel de wereld Zijn gebied. Alles wisselt op Zijn wenken, maar Hijzelf verandert niet.

Wij worden door het geloof ingeplant in Christus
en ontvangen Zijn Heilige Geest

Maar waarom wordt u een Christen genoemd? Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus ben. Alleen zíj zijn Christenen, die door het geloof, lidmaten van Christus zijn. De onderwijzer zegt niet: Omdat ik lid van de kerk ben, omdat ik gedoopt ben, omdat ik een plaats onder Gods volk mag innemen. Allemaal uitnemende voorrechten, maar toch, de onderwijzer gaat verder. Hij vraagt: Gelooft u in Jezus Christus? Er zijn maar twee wegen. Wij zijn of nietChristenen, dan geloven wij niet in de Heere Jezus Christus, wat wij dan ook mogen hebben. Of wij geloven in de Heere Jezus Christus en dan zijn wij Christenen. Dàn alleen zijn wij Christen. Dan worden wij Christen in de openbaring van ons leven, want er staat: En daardoor deel heb aan Zijn zalving. Wanneer ik door het geloof Christus word ingeplant, dan krijg ik de Heilige Geest, dan overstort ons die zalfolie, die van Aärons hoofd gedropen is en zijn baard en klederzoom doortrekt. Dat wil zeggen, dan overstort die zalfolie niet alleen het hoofd Christus, maar ook de leden. Hij is de Wijnstok, wij zijn de ranken. Dan ontvangen wij van Zijn Geest. En, hoe weten wij nu, of wij van Zijn Geest ontvangen hebben? Wel, dat zegt de onderwijzer: Opdat ik Zijn Naam belijde. Dat is de eerste openbaring van het ontvangen van de Heilige Geest. Dan worden wij ambtsdrager. Elk levend lid van de gemeente is ambtsdrager. De gemeente van God bestaat uit dienaren van Christus. Allemaal dezelfde ambtsdragers en dat ambt is een veel hoger ambt, dan het ambt van dominee, ouderling of diaken. Die ambten verdwijnen straks, wanneer de aarde aan de hemel gelijk zal zijn. Wanneer de wereld de gezuiverde woonplaats van de gezaligden zal zijn, zullen daar geen ambtsdragers meer zijn in de zin van leraren, ouderlingen en diakenen. Die zijn daar niet meer nodig. Die ambten behoren slechts tot het welwezen van de kerk, om de kerk beter te doen functioneren. Door die ambten echter wordt u geen levend lid van de kerk, al ben je duizend keer dominee, duizend keer ouderling of diaken. Dat ambt op zichzelf, geeft geen gemeenschap met Christus. Er is een ambt, dat veel heerlijker is, dat is het ambt van alle gelovigen. Wanneer wij door het geloof Christus worden ingeplant, dan worden wij Gods ambtsdragers, dienaren van onze Heere. Dat is het ambt, dat blijft tot in alle eeuwigheid. Als wij dat ambt van God ontvangen hebben, dan gaan wij, Zijn Naam belijden. Dan worden wij door die Geest van Christus profeten, die de Naam van de Heere belijden. Dat wil zeggen, dan gaan wij hetzelfde spreken, wat God spreekt. Belijden dat is nazeggen. Hetzelfde zeggen. Dan gaan wij zeggen, wat er in Woord van God staat.

Als een levend dankoffer Hem offeren
Dat ik mijzelf Hem tot een levend dankoffer offere. Dat wil zeggen, dat God het van mij vraagt, niets dierbaar te achten, maar mij in Zijn dienst over te geven, al kost het mijn leven. Dat is onmogelijk, zult u zeggen. Het is ook onmogelijk, wanneer ik buiten Jezus sta, wanneer ik op mijzelf zie, wanneer ik door mijn geest gedrongen word. Het is echter waarachtig mogelijk, wanneer ik op Jezus zie. Wij leven zo weinig in de verwachting van die gouden Godsstad en daarom kleven wij zo aan de stad van de mens. Als die stad van God meer zou blinken in onze ogen en de volmaakte gemeenschap met God ons hart meer zou innemen, wij zouden ook meer lijden, ons meer aan de dienst van God overgeven en ons als een levend dankoffer Hem offeren en met een vrij en goed geweten in dit leven tegen de zonden en de duivel strijden. Dat hoort tot de koninklijke bediening. Daar staat, met een vrij en met een goed geweten. Dat wil zeggen, als mijn geweten bevlekt is met duizenderlei zonden, als ik aan het stof verkleefd ben, dan laat ik de geestelijke wapenrusting vallen. Dan laat ik mij overwinnen. En dan om hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren. Het is haast te groot om daar iets van te zeggen. Als er stond, "onder" Hem, wij zouden eeuwig gelukkig zijn. Maar nu staat er: "met" Hem. In Zijn troon, gelijk Hij gezeten is met Zijn Vader in Zijn troon. Gelijk opdelen, de erfenis, die Hij voor ons verworven heeft; mèt Hem. De Vader heeft Hem lief, maar Hij heeft ons even lief. Hij de Eerstgeborene, wij om Zijnentwil tot kinderen van God aangenomen, erfgenamen van God en mede erfgenamen van Christus en dat tot in alle eeuwigheid. Over al het geschapene eeuwig koning zijn.

Heden dan, zo u de stem van de Zoon van God hoort
Waarom wordt gij een Christen genoemd? Onderzoekt u of ook deze gemeenschap met God in uw leven tot stand gekomen is. Jezus heeft het zelf gezegd: Dan zullen de inwoners van Ninevé tegen ons opstaan. Want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en meer dan Jona is hier. Dan zal de koningin van het zuiden tegen ons getuigen, want zij is gekomen op het gerucht van Salomo enmeer dan Salomo is hier (Matth.12 en Luk. 11). Laat u niet door de zonden, door de wereld, door het schijnschoon van deze eeuw betoveren. Laat u niet door een valse vrijheidsleuze van deze wereld afleiden van de weg van de gerechtigheid. Wanneer u zich gebonden voelt, weet dan, daar is nu nog een fontein geopend tegen de zonden. Hoor dan naar Mij, u die ver van de gerechtigheid bent, zegt Jesaja. Ik breng Mijn gerechtigheid nabij! U behoeft in de hemel niet op te klimmen, u kunt in de hel niet afdalen, maar nabij u is het Woord, in uw mond. Dat is het woord van de genade, dat ik u verkondigd heb. Heden dan, zo u de stem van de Zoon van God hoort, verhardt uw hart niet, leg u neer aan Zijn voeten. Deze ellendige riep, staat er, en de Heere hoorde en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden (Ps.34:7).


                         

















 


a

LOGO






Sola Scriptura