Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe.
 
(Johannes 14:16-28).

Antwoord 46: 

Mark. 16:19; Luk. 24:51; Hand. 1:9; Rom. 8:34; Ef. 4:10; Kol. 3:1; Hebr. 4:14; 7:24, 25; 9:24; Mat. 24:30; Hand. 1:11.

Antwoord 47: 

Mat. 28:20; Mat. 26:11; Joh. 16:28; Joh. 17:11; Hand. 3:21; Hebr. 8:4; Mat. 28:20; Joh. 14:16-18; 16:13;
Ef. 4:8.

Antwoord 48: 

Jes. 66:1; Jer. 23:23, 24; Hand. 7:49; 17:27, 28; Mat. 28:6; Joh. 3:13; 11:15; Kol. 2:9.

Antwoord 49: 

Rom. 8:34; 1 Joh. 2:1; Joh. 14:2, 3; Joh. 17:24; Ef. 2:6; Joh. 14:16; 16:7; Hand. 2:33; 2 Kor. 1:22; 5:5; Fil. 3:20; Kol. 3:1.


Deze Zondag handelt over: De hemelvaart van Christus


Drie hoofdthema's in deze bespreking
1.
 Die hemelvaart is werkelijk
2.  Die hemelvaart is zonder ons te verlaten
3.  Die hemelvaart is om ons plaats te bereiden

Inleiding
Nadat in de vorige zondagsafdeling begonnen is met de eerste trap van Christus' verhoging, Zijn opstanding, gaat nu de onderwijzer verder met de volgende trap van Zijn verhoging en spreekt hij hier van Zijn hemelvaart. Hij vraagt ons: Wat verstaat u onder: opgevaren naar de hemel ? Hoe zijn uw gedachten, als u hoort spreken, dat Christus naar de hemel gevaren is ? Wanneer hier staat: opgevaren naar de hemel, nu, dan verstaan wij daaronder, zegt de catechismus, dat Christus voor de ogen van Zijn jongeren van de aarde is opgevaren. Wij verstaan eronder, dat de hemelvaart plaatselijk, zichtbaar en lichamelijk geweest is. 't Is werkelijk gebeurd. Op de veertigste dag, nadat Hij uit de dood verrezen was en Zich van tijd tot tijd aan Zijn discipelen vertoonde na Zijn opstanding, is Hij naar de hemel gevaren.

De opstanding en de hemelvaart,
zijn onlosmakelijk verbonden aan Zijn wederkomst
Wonderlijk, daar ontworstelt Zijn lichaam de wetten van de zwaartekracht, zodat Zijn voeten loskomen van de aarde. Daar gaat Hij op, al hoger en hoger. Sprakeloos staren ze Hem na, totdat een wolk scheiding maakt tussen Hem en hen. Een wolk, die Hem aan hun gezicht onttrekt, een wolk, geen gordijn, maar een wolk waar een stem doorheen kan en waar Zijn koninklijke hand doorheen kan reiken, om Zijn kerk op aarde ten goede te regeren. Van hun oog weggenomen, maar niet uit hun midden. Niet om hun gemeenschap met Hem weg te nemen, is Hij van hen gescheiden. En daar, boven de wolken, heeft een heerlijk feit zich voltrokken, daar zijn de hemelpoorten voor Hem geopend. Daar stonden de rijen van heilige engelen op de thuiskomst van Jezus te wachten, die Hem verwachtten met een zeer sterk verlangen. Daar hebben al de troongeesten zich gebogen voor Koning Jezus, die als Triomfator de hemel binnenkwam. Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga (Ps.24:7)! Zo hebben ze geroepen. De koorzangers in de hemel hebben het luid uitgejubeld: Kom, Gij koning, Verwinnaar in de strijd. Zo is Hij opgevaren voor de ogen van de jongeren en is ons daar ten goede. Maar Hij blijft daar niet, 't is maar voor een poosje zegt de onderwijzer, die op grond van Gods Woord de hemelvaart niet losmaakt van Zijn wederkomst. Hij is niet van ons weggegaan om eeuwig te scheiden, o, nee, Een kleine tijd, zult u Mij niet zien; en opnieuw een kleine tijd, en u zult Mij zien, want Ik ga heen tot de Vader (Joh.16:16). De opstanding en de hemelvaart zijn onlosmakelijk verbonden aan Zijn wederkomst. Om te oordelen de levenden en de doden. Christus heeft volgens Luther opgehouden "mens" te zijn. Een menselijke natuur, die overal tegenwoordig is, is echter geen mens meer. Want, dat is een eigenschap, die alleen God eigen is. Dan missen we onze troost, dat we ons lichaam in de hemel hebben. Dan is ons Hoofd niet boven, en dan hebben we geen pand in de hemel. Dan kan de wederkomst niet doorgaan op de wolken van de hemel, wanneer we het pand missen voor het aangezicht van de Vader in de dag van het gericht. Ach, gelukkig onderwijst het Woord van God ons anders en op een juistere wijze dan Luther heeft gedaan.

Hemel en de aarde zijn weer met elkaar verenigd
Wij weten, dat Zijn lichaam, ons vlees in de hemel is. En dat ook het lichaam, dat wij hier op aarde omdragen, straks gelouterd, geheiligd, zal opvaren om met Hem te zijn. Dat heeft Hij ons gezegd. Waarom kon Hij met Zijn lichaam niet langer op de aarde blijven?. 't Was niet nut dat Jezus nog langer op deze wereld zou blijven. Hij had alles volbracht wat er te volbrengen was. Hij had geleden, Hij had in dadelijke en in lijdelijke gehoorzaamheid de wet volbracht, Hij had Zich gesteld onder de vloek van Gods toorn, Hij was gestorven. Nu was het niet meer nodig, dat Hij nog iets met Zijn lichaam hier op aarde verrichten zou. Het offer was gebracht. Nu kon Hij reeds ingaan in het binnenste heiligdom, begiftigd met die heerlijkheid, die Hij bij de Vader had eer de wereld was. De Heere heeft hierin voor Zijn volk een groot voorrecht verworven, door reeds toen op te stijgen tot de troon van Zijn Vader. Hiermee heeft Hij de hemel weer met de aarde verenigd, want door de zonde was er een absolute scheiding gekomen tussen de heilige hemel en tussen de vervloekte aarde. Een scheiding, waardoor de Geest van Christus Zich terugtrok in de hemel, die nochtans druppelsgewijs neerviel op Zijn kinderen. Maar, doordat Christus weer opvoer naar de hemel, zijn de hemel en de aarde weer met elkaar verenigd. Nu nog wel alles in beginsel; straks zal het volmaakt zijn, wanneer de nieuwe schepping glanzen zal in het licht van Gods aangezicht. Het is reeds in beginsel een feit geworden bij de hemelvaart van Christus: hemel en aarde weer verenigd. Nu is Hij daar om te bouwen aan het nieuwe Jeruzalem. En als dat klaar is, dan zal het nieuwe Jeruzalem uit de hemel van God neerdalen. Ik ga heen, zegt Hij, om uw plaats te bereiden en als Ik klaar ben met Mijn werk, dan kom Ik terug. Die hemelvaart van Christus geeft de kerk op aarde levende kracht en moed. Dat is de onlosmakelijke schakel met de laatste trap van Zijn verhoging, wanneer die straks zal vervuld zijn.

Jezus zal bij ons blijven met Zijn Geest, genade,
majesteit en Godheid

Een andere vraag: Is dan Christus niet bij ons tot aan het einde van de wereld, gelijk Hij ons heeft beloofd? Ja, dat is Christus zeker wel, dat heeft Hij zelf gezegd en Mattheüs heeft het voor ons mogen opschrijven. En ziet: Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding van de wereld (Matth.28:20). De verbinding toen en nu aan Jezus is precies dezelfde. Dat is de verbinding door de Heilige Geest. Zij, die toen de Heilige Geest misten, moesten ook niets van Christus hebben. En, die nu de Heilige Geest missen, moeten evenmin iets van Christus hebben. Het is nog precies hetzelfde, alleen is Hij nu veel heerlijker met Zijn kerk. Want toen was Hij maar bij die enkele mensen, in wiens midden Hij wandelde. Maar naarmate Hij hoger opvoer, strekten die zegenende handen zich wijder uit. Christus is waarachtig mens en waarachtig God. Naar Zijn menselijke natuur is Hij nu niet meer op de aarde, maar naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons. Hij zal bij ons blijven, zelfs in die grootste, laatste storm, die wij tegemoet gaan in dat grote eindgericht. In die grote eindstrijd, die op de aarde gestreden zal worden. Hij zal bij ons blijven met Zijn Geest, genade, majesteit en Godheid. Dat is een grote troost, dat Hij met Zijn Godheid bij ons is. Nu is Hij niet met Zijn mensheid bij ons en het is ook niet nodig meer, want Hij is met Zijn Godheid bij ons. Die Geest, Die Jezus duur verworven heeft in de staat van Zijn vernedering en Die Hij uit Zijn verhoging Zijn kerk heeft toegezonden, Die nu van Hem getuigen zal, Die Zijn kerk zal toebereiden als een bruid, die voor haar man Christus versierd is (Openb.21:2). Ziet u het wel, dat Hij met Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest nimmermeer van ons wijkt?

Zijn mensheid is in de hemel, maar Zijn Godheid is overal
De onderwijzer vervolgt: Zo de mensheid niet overal is, waar de Godheid is, worden dan de twee naturen in Christus niet van elkaar gescheiden? De onderwijzer zegt: Hoe zit dat nu eigenlijk? Als Jezus naar Zijn mensheid in de hemel is, de hemel is dus een plaats, dan kan Hij toch niet gelijk hier op de aarde zijn, als die twee naturen met elkaar verenigd blijven? Zo leren we dat toch op grond van het Woord van God. Maar wanneer de mensheid niet overal is waar de Godheid is, de Godheid is dus overal, maar de mensheid is in de hemel, worden dan de twee naturen niet van elkaar gescheiden? Dan zegt hij: Nee, volstrekt niet; want daar de Godheid door niets kan ingesloten worden en overal tegenwoordig is, volgt daaruit, dat zij wel buiten Zijn aangenomen mensheid is, maar toch ook ook in haar is en persoonlijk met haar verenigd blijft. Heel eenvoudig gezegd, maar het is ook nooit te begrijpen. Het is niet te bevatten, in het minst niet. Twee naturen in enigheid des persoons, God en mens. De mensheid is in de hemel, maar de Godheid is overal, ook in de mensheid en ook buiten de mensheid. De Godheid strekt zich veel verder uit dan de mensheid. En waarom moest de onderwijzer dat er nu bij zeggen? Wat hebben wij daar nu eigenlijk aan? Weet u wat wij daaraan hebben? Wel, in de eerste plaats: dat Jezus naar de menselijke natuur in de hemel is en ook God is, dat verzekert ons, dat wij ook vandaag nog een getrouw Hogepriester in de hemel hebben, Die in al onze benauwdheden mee benauwd is. Die al onze zwakheden doordragen heeft. Jezus als het Hoofd van Zijn kerk, Die weet wat ik hier op aarde gevoel, Die mijn smart en verlangen en verwachten kent. Wanneer hier op aarde Zijn leden gekwetst worden, als ik het zo eens zeggen mag: wanneer in de voet van het lichaam geprikt wordt, dan gevoelt het Hoofd in de hemel, wat de voet wordt aangedaan. Wanneer een kind van God, hier op aarde lijdt aan smart en droefheid en dreigt onder te gaan, dan voelt het Hoofd in de hemel, dat Zijn kind hier op aarde als deel van Zijn lichaam lijdt! Dat is de troost, dat Zijn menselijke natuur in de hemel is; maar het is ook een troost, dat Zijn goddelijke natuur met Zijn menselijke natuur verenigd is gebleven. Want was Hij louter mens, Hij zou ons in onze zwakheden niet te hulp kunnen komen. Maar, omdat Hij nu ook God is, de Almachtige en eeuwige God en overal tegenwoordig, kan Hij ook die kinderen, die hier op aarde in druk en moeite en allerlei ellende verkeren, die met hun schreiend leven tot Hem naderen, te hulp komen. Jezus kent de Zijnen en draagt Hij ze op de vleugels van Zijn voorbede.

Jezus Middelaar en Pleitbezorger bij de Vader
Welke betekenis heeft de hemelvaart van Christus voor ons? Ten eerste, dat Hij in de hemel voor het aangezicht Zijns Vaders onze Pleitbezorger is. Onze Voorspreker, wat dat is, dat is onder ons mensen wel bekend. We hebben allemaal graag een voorspraak. Op aarde kent men dus een voorspraak, tussen twee partijen, maar wie zal nou die voorspraak zijn tussen een heilig en rechtvaardig God en een arm verloren zondaar? Groter verschil tussen twee partijen is er nooit geweest. Wie zal nu deze twee partijen met elkaar verzoenen? Wie zal God kunnen bewegen af te dalen tot zulk één, die in blakende vijandschap tegen Hem geleefd heeft van het uur van zijn geboorte af? De onderwijzer zegt: Dat is nu: Jezus Christus, Die is in de hemel ingegaan en Die doet nu niets anders dan Middelaar zijn en voorspreken bij de Vader. Hij heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Hij zendt Zijn Geest uit en ze worden geschapen, Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem (Ps.104:30). Hij dringt de gesloten deuren van ons hart binnen en gaat met ons onderhandelen. Maar Hij heeft ook een onbeperkte toegang tot de troon van Zijn Vader. Hij heeft twee partijen bij elkaar gebracht, door Zelf te betalen, door de oorzaak van het geschil door Zijn eigen bloed weg te nemen. Ten tweede, door met Zijn lijden en sterven God te bevredigen en een arm mens tot God op te heffen in de hemel. Om een verloren Adamskind tot een zoon of dochter van God te maken en dat doet Hij op grond van Zijn aangebrachte gerechtigheid. Daarom mag die dierbare Christus zo eisen voor de Vader. Hij zegt: Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt (Joh.17:24). Hij kan invloed uitoefenen op het hart van de Vader, want Hij heeft al 's Vaders deugden in heerlijkheid hersteld. Hij heeft de luister van Zijn grootheid uitermate verheven in Zijn ondergang onder het recht. Nu kan de kerk gerust zijn! Hij is het, Die hemel en aarde verenigt aan de rechterhand van de Vader. Jezus heeft Zijn kerk lief, ook wanneer ze van Hem wegdwalen, wanneer ze niet meer geloven kunnen, door de drukkingen van Zijn hand. Wanneer ze niet meer zien, dat Hij hen liefheeft, dan heeft Hij ze nog lief, met die eeuwige Middelaarsliefde. Hij staat altijd voor Zijn Vader, om elke dag opnieuw onze schuld te bedekken.

Hij zendt ons Zijn Geest tot een tegenpand
Ten derde, dat Hij ons Zijn Geest tot een tegenpand zendt, door Wiens kracht wij zoeken dat daar boven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods en niet dat op de aarde is. Wij hebben Zijn Geest dus en Hij heeft ons lichaam en die Geest roept. En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet (Openb.22:17). Hoeveel te vaster we nu mogen zien op Hem, Die op de troon zit en hoe krachtiger die werking van de Geest in ons hart is, des te luider wordt de roep van de bruid gehoord: Ja kom, Heere Jezus. Dat zijn zij, die de vrede vinden in de Voorspraak bij de Vader. Maar dan zal ook iets van die vrede afdalen in het midden van hen. Waar nu uw schat is; daar is ook uw hart. Is uw schat in de hemel, is Christus uw schat, dan is daar ook uw hart. Dan zult u onder al uw nood en strijd en lijden zeggen: U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U staren. Dan zal onder leed en druk, dat blij vooruitzicht, bij ogenblikken uw ziel strelen. Die Voorspraak in de hemel zal niet rusten tot Hij de gehele zaak voleind zal hebben. U, die iets van Hem hebt mogen zien, die Zijn gewilligheid en heerlijkheid gezien hebt en met een openstaande schuld over de wereld gaat, die zeggen moet: Ja, dat geloof ik allemaal wel, dat het voor het volk van God eeuwig zal meevallen. Ik heb er voor mezelf ook wel eens moed op gehad, dat ik er bij hoor, maar u moest het eens weten, hoe het nu met mij gesteld is. U moest de scheiding eens zien, die er is, dat ver afzwerven en mijn biddeloosheid en harteloosheid en mijn opgaan in de wereld. Ik betrap me er dagelijks op dat ik zo aan het stof gekluisterd ben en daarom kan ik het hoofd maar niet omhoog heffen. Ik durf het niet te geloven, dat Hij mijn Voorspraak is bij de Vader. Is het u werkelijk om God te doen, wilt u onder uw ellende uit? Wilt u echt van uw zonde verlost worden en dan rein voor God leven hier op de aarde? Dan is die Heilige Geest in uw hart aan het werk, dan zult u door de Heilige Geest, Die in het binnenste van uw gemoed is, zoeken de dingen die boven zijn. Blijf aan Zijn troon gekleefd liggen wachten, totdat Hij de grootheid van uw schuld door Zijn bloed wegwast, totdat u het weten mag, dat het bloed aan de bovendorpel en aan de zijposten van uw hart gestreken is en u die zoete vertroosting van de Heilige Geest ontvangen mag. Die Geest, Die ook eenmaal in uw gemoed roepen zal: Abba, lieve Vader. Wacht op de Heere, godvruchte schaar, houdt moed, want Die Voorspraak is getrouw wij zijn altijd ontrouw Hij is de bron van alle goed. Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer. Wacht dan, ja, wacht, verlaat u op de Heer'.




















 


a

LOGO






Sola Scriptura