Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen. (Hebreeën 9:15).

Antwoord 50: 

Ef. 1:20-23; Kol. 1:18; Mat. 28:18; Joh. 5:22.

Antwoord 51: 

Hand. 2:33; Ef. 4:8, 10-12; Ps. 2:9; 110:1, 2; Joh. 10:28; Opb. 12:5.

Antwoord 52: 

Luk. 21:28; Rom. 8:23-24; Fil. 3:20; 1 Tes. 4:16; Tit. 2:13; Mat. 25:41-43; 2 Tes. 1:6, 8, 9; Mat. 25:34-36; 2 Tes. 1:7, 10.


Deze Zondag handelt over hoe Christus Zijn heerschappij als Middelaar volvoert.


Drie hoofdthema's in deze bespreking
1.
 Zittende aan de rechterhand van God
2.  Besturend Zijn gemeente
3.  Zijn terugkomst ten oordeel

Inleiding
Aan de hemelvaart van Christus is onlosmakelijk het zitten aan de rechterhand van God verbonden. Hij is naar de hemel gevaren. Hij is met eer en heerlijkheid bekleed. Hij is de hemel binnengegaan en de heiligen en de engelen hebben zich voor Hem neergebogen en God de Vader heeft Hem de ereplaats gegeven. Niet alleen was het de ereplaats, maar het was ook de plaats van macht en majesteit. Het was de plaats waarin Hij van God de scepter ontving, om voortaan hemel, zee en aarde te regeren. Mij, zegt Hij, is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Als God behoefde Christus deze macht niet te ontvangen, want Hij had die macht al. Maar als Middelaar Gods en der mensen heeft Hij deze heerschappij ontvangen, die Hij zal volvoeren, totdat Hij straks het koninkrijk aan Zijn Vader zal teruggeven, waarin Hij ook Zelf de Vader zal onderworpen zijn en God zal zijn alles en in allen. Dan zal het zijn, alsof er nooit zonden op aarde geweest waren, alsof er nooit een Middelaar vanwege de zonden nodig geweest was. Dan zal God zijn alles en in allen. Dan zal de kerk volmaakt zijn. Dan zal satan met zijn dienaren voor eeuwig in de hel geworpen zijn en dan zal in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde vrede en gerechtigheid wonen tot in aller eeuwen eeuwigheid.

Christus is met zeer grote eer verhoogd
Waarom, zegt de onderwijzer, zit Hij aan de rechterhand van God? Heeft dat nog iets meer te betekenen, dan dat we zondermeer zeggen, dat Jezus Christus naar de hemel gevaren is? Ja, dat heeft zeker nog een zeer speciale betekenis. Dat is de"troonsbestijging" van Christus. Nee, niet zo, alsof de Vader afstand gedaan had van de regering over de wereld, maar de Vader zal voortaan door Christus de wereld regeren. De Vader heeft het wereldbeleid in de hand van Zijn Zoon gegeven. Die zal in Zijn naam, volgens Zijn woord en met Zijn macht bekleed, hemel, zee en aarde regeren. Daarvoor moest Hij zitten aan de rechterhand van God. Vanzelf moeten wij hier niet denken aan een natuurlijke rechterhand, want God is een Geest en Die heeft geen handen, ogen of oren, maar God heeft dat menigmaal zo neergeschreven in Zijn Woord, zodat we enig begrip zouden kunnen hebben van het goddelijk wezen. In God is alles Geest. Hij heeft geen troon en geen rechterhand. Maar hiermee wordt in beeldspraak de macht uitgedrukt, die Christus gekregen heeft om te regeren. Nadat Hij voldaan had aan de eisen van het goddelijk recht, belette niets meer de Vader om de teugels van het godsbewind in de handen van Christus te leggen. Christus had Zich betoond te zijn het Lam van God, Dat de zonden van de wereld heeft weggedragen. Welnu, wat zou de Vader dan beletten om dit Lam tot Uitvoerder te maken van al Zijn besluiten? Dit Lam, dat betoond heeft in de staat van Zijn vernedering niets anders te willen doen, zelfs ten koste van Zijn leven, dan de wil van de Vader te volbrengen. Nu zou Hij ook met heerschappij als Middelaar de wereld, en alles wat daarin is, mogen regeren. Zie hier de vrucht op de vernedering van Jezus Christus. Hij is met zeer grote eer verhoogd. In Zijn hand is het rijkszwaard gegeven. Hij heeft macht over dood en leven, over vriend en vijand, engel en duivel, in de hemel en op de aarde. Omdat Christus daarom naar de hemel is gevaren, opdat Hij Zichzelf daar bewijze als het Hoofd van Zijn Christelijke Kerk, door Wie de Vader alle dingen regeert. Hij is dus in de eerste plaats het Hoofd van de kerk. Ja, daar gaat het dus in het bijzonder om, wil de onderwijzer zeggen. Hij regeert wel de hele wereld, maar het gaat in de eerste plaats om de kerk. Maar hoe zou Hij die kerk nu kunnen regeren? Hoe zou Hij nu vijanden tot vrienden kunnen maken, hoe zou Hij de uitbreiding van het Evangelie kunnen bevorderen, indien Hij niet tevens de macht had over de duivel en al de volkeren van de wereld? Daarom gaat in de eerste plaats Zijn heerschappij ten goede over de kerk. Dat is de hoofdzaak, daar gaat het om. Daarin zal God het meest verheerlijkt worden. Daarnaast regeert Hij ook over alles wat in de hemel en op de aarde is. Over engelen en duivelen, vorsten en volkeren.

Hij giet Zijn hemelse gaven uit in de wedergeboorte,
te weten: rechtvaardigmaking, heiligmaking en straks heerlijkmaking
Hij Zichzelf daar bewijze als het Hoofd van Zijn Christelijke Kerk, door Wie de Vader alle dingen, ja, let er wel op, alle dingen regeert! Er staat niet: door Wie de Vader de kerk regeert, maar àlle dingen. Daar vallen ook de groten van de aarde onder. Wat geeft dit een troost, wanneer we hierover mogen peinzen en mediteren, dat de Vader door Christus alle dingen regeert. Hij is Dezelfde, Die eenmaal onze landpalen door ging en onze blinden ziende maakte en onze doden opwekte en de armen het Evangelie verkondigde. Hij is nog Dezelfde, op Wie niemand tevergeefs een beroep doet. In Zijn hand zijn de teugels van het wereldbewind gelegd. Dan is er voor u en mij ook niets te vrezen, wanneer u zo'n een Koning tot vriend hebt, Die zelf de hele wereld regeert. Hij heeft het heil van Zijn kerk op het oog. Hij regeert door Zijn sterke hand de hemel en de aarde en alles wat daarin is. Alles draait om die ene kerk, en alle dingen werken mee ten goede! De regering van Christus is niet iets, dat je altijd maar goed kunt zien! Het is meer een zaak van geloof, dan iets, dat we altijd dadelijk zien met de ogen. Een geloofsstuk, ook al gaat het anders, dan dat we ons hebben voorgesteld. Wat voor nut hebben wìj daar nu van in ons praktikale dagelijkse leven? Wel: In de eerste plaats, dat Hij door Zijn Heilige Geest in ons, Zijn lidmaten, de hemelse gaven uitgiet. En in de tweede plaats: dat Hij ons met Zijn macht tegen alle vijanden beschut en bewaart. Twee dingen dus. Hij giet Zijn hemelse gaven uit en Hij beschut en bewaart ons door Zijn macht tegen alle vijanden. Hij giet hemelse gaven uit. Wat zijn die hemelse gaven? Die hemelse gaven worden hier op aarde maar heel flauwtjes gezien, dat is nog meest verborgen voor onze ogen. Laten we maar beginnen met het voornaamste; dat zijn de eeuwige gaven, de geestelijke gaven, die Hij aan Zijn kerk in de wedergeboorte geeft; te weten: rechtvaardigmaking, heiligmaking en straks heerlijkmaking. Dat zijn de geestelijke gaven. Een "geestelijk gave" is het dus, wanneer iemand stil gezet wordt op de weg van zijn leven en gaat vragen naar de Heere en naar Zijn sterkte. Een geestelijke gave is het, wanneer iemand bekommerd wordt vanwege zijn zonden, zich leert kennen als één, die de dood verdiend heeft, die tegen Gods geboden overtreden heeft. Dat is nu een echte hemelse gave. Iemand, die in het stof buigt voor God; die zegt: Heere, ik wil niet langer tegen U zondigen. Ook dan giet Hij die hemelse gaven uit, wanneer Hij blijdschap geeft in het hart, in de vereniging met God. Wanneer Hij die waarachtige vrede geeft, die ze nooit gekend hebben. Want de goddelozen hebben geen vrede. Maar dan wordt in beginsel een vrede gesmaakt, die alle verstand te boven gaat. Wanneer een kind van God, een belofte van dat dierbaar Evangelie in zijn ziel gevoelt, dan wordt de hele wereld anders voor hem. Ziet, zegt Hij, Ik maak alle dingen nieuw.

Hij bewaart ons met Zijn macht tegen alle vijanden
En, vervolgt de onderwijzer, Daarna, dat Hij ons met Zijn macht tegen alle vijanden beschut en bewaart. Alle vijanden, dat zijn de drie doodsvijanden: de wereld, de duivel en ons vlees. Hij zal ons nimmer om doen komen in dure tijd of hongersnood. Hij is de hoogst Verheerlijkte en Hij heeft vorsten en volkeren in Zijn hand. Hij beschut en bewaart Zijn kerk met Zijn macht tegen al onze vijanden. Satan kan ons verzoeken, maar nooit zullen we terugkeren onder zijn heerschappij. Al liggen we midden in de modder, dan is het nog waar, dat Christus ons niet begeven zal. Zodra het geloof daar vat op krijgt, zodra er een lichtstraal van dat Woord in de duisternis van ons hart valt, dan wordt dat onze grootste verwondering. Ik ontrouw, maar Hij getrouw! Ik wel gevallen, maar Hij staande gebleven. Ik, van Hem afgeweken als een trouweloze bruid, maar Hij als de Bruidegom heeft mij niet verlaten en niet begeven en heeft mij toegeroepen, nadat ik vele malen bakken uitgehouwen heb, gebroken bakken die geen water houden: Komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven (Jes.55:3). Wat een troost; dan is de toekomst niet donker meer. Dan is er perspectief in ons leven, dan is er uitzicht, als we het oog op Christus slaan. Dan kunnen we toch het leven weer aan. Dan is de verzoeker niet te sterk.

Dan roepen we met de Geest:
Kom Heere Jezus, ja, kom haastelijk

In vraag 52 wordt gevraagd: Wat troost u de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden? Wij weten het met de hand op het woord van God, dat het niet beter zal worden hier op aarde. Al mogen we ons dan ook verheugen in een tijdelijke welvaart, het zal niet beter worden; het zal slechter worden, het zal geestelijk afdalen naar de afgrond. Maar de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde? (Luk.18:8). De satan heeft grote macht. Wee degenen die op de aarde wonen! Nadat hij met de aartsengel Michaël strijd gevoerd heeft, is hij op de aarde geworpen en nu bestrijdt hij de "vrouw", de achtergebleven vrouw, die het kind gebaard heeft, de kerk van Jezus Christus. Wij weten, dat we hier op aarde niets te wachten hebben. Wij verwachten geen heilstaat op aarde en geen tijd van onbeperkte vrede waarin de satan duizend jaar zal gebonden worden. Het is nú het duizendjarig rijk, we zitten er middenin. Dat is begonnen met de troonsbestijging van Christus en dat eindigt straks, als Hij wederkomt op de wolken van de hemel. Nu is de duivel tijdelijk gebonden, opdat hij niet zou beletten dat de volkeren het Evangelie aanvaarden. Maar nu is het ook de tijd, dat hij zijn laatste krachten inspant tegen het rijk van Jezus Christus. Wanneer het om de eer van God gaat, dan verlangen we naar Zijn komst, wanneer de gruwelen van de aarde zullen ophouden en alle knie zich zal buigen voor koning Jezus. Dan roepen we met de Geest: Kom Heere Jezus, ja, kom haastelijk. Maar wanneer de zonde drukt en de liefde ons hart naar boven trekt, dan verwachten we die komst zo spoedig als het maar kan. Dan gaat het gebed op uit onze ziel: Heere, hoe lang nog? Dat ik dan in alle droefenis en vervolging met opgeheven hoofd even Dezelfde die zich te voren om wille van mij voor Gods gericht gesteld heeft en al de vloek van mij heeft weggenomen, tot een Rechter uit de hemel verwachte. Wat een troost noemt hier de onderwijzer. Wanneer de Rechter uit de hemel komen zal. Misschien zouden we nog sidderen, wij die Zijn aangezicht aanschouwd hebben in gerechtigheid, maar nu zegt de onderwijzer, het is Dezelfde hoor. U behoeft niet te vrezen! Christus stond in de hof vanGethsémané en Hij sprak: Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan. (Joh.18:8). Hij, Die verworpen werd in de plaats van Barabbas. Hij is Dezelfde Die Zich doodliefde aan het kruis, Die Zijn kinderen onder de dreigingen van het goddelijk recht weghaalt en in onze plaats aan Gods gerechtigheid genoeg deed. Straks niet meer met die doornenkroon en met die spotmantel omhangen en met die rietstaf in Zijn hand, maar met een kroon van louter goud en in een blinkend wit kleed. Johannes heeft Hem aanschouwd. En vanaf het moment, dat uw oog Hem aanschouwt, dan zal de hemelse vrede uw ziel vervullen. Wanneer de engelen u op zullen nemen en u Christus tegemoet zullen voeren in de wolken en in de lucht en u altijd bij Hem zal mogen zijn. Hij, die hier het oordeel waardig is geworden; die zich hier gebogen heeft onder de vloek van de wet, zal straks niet meer geoordeeld worden. Voor Gods kinderen zal het oordeel geen verschrikking zijn. Het oordeel, dat straks Gods kerk overkomt, zal hen ten goede zijn. Dat zal een oordeel zijn, waarin ze vrijgesteld worden tegenover de wereld, omdat Hij zich voor Gods gericht gesteld heeft en al de vloek voor mij weggenomen heeft. Hem tot een Rechter uit de hemel verwachte, Die al Zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen zal, maar mij met alle uitverkorenen tot Zich in de hemelse blijdschap en heerlijkheid nemen zal.

Een vriend of een vijand van Christus
Het is geen wraaklust van de Heidelberger, als hij zegt: dan zal Hij Zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen. Anders had hij moeten zeggen: al mijn en Zijn vijanden, maar hij zegt: Het zijn Zijn vijanden en omdat het Zijn vijanden zijn, zijn het ook mijn vijanden. Zou ik niet haten, Heere! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan (Ps.139:21)? Dan zullen de vijanden van Christus, die ook mijn vijanden zijn hier op aarde, in de eeuwige verdoemenis geworpen worden. Hoor toch wat een zware klank, maar nog zwaarder zal de werkelijkheid zijn, dan dat het woord uitdrukt. Men ziet, dat er twee soorten mensen zijn, mensen die op Barabbas stemmen en mensen, die op Jezus stemmen, een tussenweg is er niet. Zo zijn er nu ook twee soorten mensen, het zijn vijanden van Christus en die zullen in de eeuwige verdoemenis geworpen worden, of wij behoren bij de uitverkorenen, die de hemelse blijdschap zullen erven. Wanneer de vogel de kooi ontvloden is en in de ruime lucht gaat ademen en boven lucht en wolken opstijgt tot God, dan ga ik op tot Gods altaren, zegt de kerk, tot God, mijn God, de Bron van vreugd. Een hemelse blijdschap en heerlijkheid, gelijk geschreven is in 1 Kor. 2 : 9 Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben, en dat tot in alle eeuwigheid. Nooit moe te worden van te roepen: heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen. Nu, Hem Die het Lam is en op de troon zit, Hem zij de lof, de eer en de aanbidding en de dankzegging.Straks, als we met Hem de hemel zullen binnengaan, dan zullen we het pas naar juiste waarde kunnen schatten wat het is. "Mij met alle uitverkorenen" Alle geroepenen en van eeuwigheid verordineerden, allen door het bloed gekochten zullen in die heerlijke blijdschap zich verlustigen. Is dat nu geen toekomst, waar u blij mee kan zijn? Zou u dan nog langer in het stof leven? Kom, zeg het eens, is Hij dan niet uw Koning, is Hij uw één en alles niet; zoekt u Hem dan niet met uw gehele hart? Is Hij dan niet het leven van uw ziel? Verlangt u dan niet om bij Hem te zijn? Laat het dan uitkomen in uw wandel, dat u geen aardbewoner meer bent, dat u een vreemdeling bent op deze wereld en dat u een beter vaderland zoekt.



















 


a

LOGO






Sola Scriptura