Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. (Johannes 14:16-17).

Antwoord 53: 

Gen. 1:2; Hand. 5:3, 4; 1 Kor. 2:10; 3:16; 6:19; Mat. 28:19; 2 Kor. 1:21, 22; Gal. 3:14; 4:6; Ef. 1:13;
3 Joh. 16:14; 1 Kor. 2:12; 1 Petr. 1:2; Joh. 15:26; Hand. 9:31; Joh. 14:16, 17; 1 Petr. 4:14.



Deze Zondag spreekt ons van het geloof in de Heilige Geest.


Drie hoofdthema's in deze bespreking
1.
 Wie Hij is
2.  Hoe Hij komt
3.  Wat Hij doet

Inleiding
Letten we op hetgeen de Heere Jezus zei, tot Nicodemus, de nachtdiscipel, een overste van de Joden, die tot Hem kwam in het donker van de nacht om de vrees van de Joden. Die eindelijk, na veel wikken en wegen, de gang richtte naar Hem, van Wie Johannes had getuigd: Zie het Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt. Velen van de discipelen van Johannes hebben dat woord ter harte genomen. Zeker is het niet, maar waarschijnlijk is ook Nicodemus een van die velen geweest. En dan zegt de Heere Jezus o.a. tegen hem: De wind blaast, waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid; maar u weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is (Joh.3:8). Nicodemus kon het maar niet begrijpen, hoe het mogelijk was, dat iemand tweemaal geboren kon worden. Dat was in de oren van deze leraar van Israël een raadsel. Zo ver waren de Joden vervlakt en weggezonken, dat ze niet meer wisten, dat iemand in het rijk van God niet komen kon, tenzij hij van nieuws geboren werd. Het lijkt alsof alle tijden terugkomen. Wij leven ook in een tijd, waarin vele geestelijke leidslieden niet meer weten of willen weten, dat het nodig is, dat iemand opnieuw geboren moet worden om het koninkrijk van God te kunnen ingaan. De Geest wordt niet gezien. Je hoort Zijn geluid en weet niet waar Hij vandaan komt. Van dit werk spreekt nu het bijzonder deze zondagsafdeling. Wat gelooft u van de Heilige Geest?

De Heilige Geest staat Hij op dezelfde lijn met de Vader en de Zoon
Gelukkig, dat de onderwijzer niet vraagt: Wat ziet u van de Heilige Geest, of wat bemerkt u ervan in uw leven? Wanneer het gaat over: wat ziet u van het werk van de Heilige Geest? Dan zou menigeen zeggen: Helaas, ik zie er niets van. En als de onderwijzer vraagt: Wat gevoelt u, wat bemerkt u van de Heilige Geest? Dan zou ook menigeen moeten zeggen: Helaas niets, het is alsof er voor mij geen Heilige Geest bestaat. Maar nu vraagt de onderwijzer: Wat gelooft u van de Heilige Geest? En dan zegt hij: In de eerste plaats, dat Hij tezamen met de Vader en de Zoon, waarachtig en eeuwig God is. Het woord Geest is een vertaling van het Griekse woord pneuma, dat adem of wind betekent. En het woord "Heilige" wil niet zeggen, dat de derde Persoon in 't goddelijk wezen meer heilig zou zijn, dan de Vader of de Zoon. Maar, dat ziet in het bijzonder op Zijn heiligend werk, omdat het juist de Heilige Geest is, Die de kerk levend, heilig en krachtig maakt. 't Gaat hier ook niet in de eerste plaats om te bewijzen dat de Heilige Geest waarachtig God is. Daar hebben we in één van de vorige Zondagen over gesproken. Er zijn mensen, die het ontkennen, dat de Heilige Geest een goddelijk persoon is. Die willen de Heilige Geest enkel maar zien als een kracht, uitgaande van God de Vader, maar Hij is een zelfstandig persoon. Want Hij wordt ook God genoemd. De apostel Petrus zegt tegen Ananias: u hebt de Heilige Geest, u hebt God gelogen. Niet de mensen maar God. Dat is de zonde, die ze tegen God bedreven hebben. Welnu, de Heilige Geest wordt ook God genoemd. Hij heeft ook goddelijke eigenschappen. Hem wordt de alomtegenwoordigheid toegeschreven. Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvluchten voor Uw aangezicht? (Ps.139:7)? De alomtegenwoordigheid, dat is een eigenschap van God alleen. Aan de Heilige Geest wordt ook goddelijke eer bewezen. Want wij worden gedoopt in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest. Daar staat Hij op dezelfde lijn met de Vader en de Zoon. De Heilige Geest heeft Zijn eigen terrein, waarop Hij werkt. Niet los van de Vader en de Zoon, maar juist uitgaande van de Vader en de Zoon, is Hij de stille werker op de achtergrond. Maar Hij blijft op de achtergrond als Persoon en Hij maakt Zijn werk heerlijk, tot verheerlijking van de Heere Jezus Christus.

De Geest gaat voort,
totdat de laatste van de uitverkorenen zal zijn ingezameld
De Heilige Geest werkt ook in het rijk van de natuur. In de schepping reeds was Hij het, Die het afmaakte, volmaakte; Hij is de Vòlmaker, maar ook de Volmàker van al het werk, dat door de Vader en de Zoon gebeurt. Die Geest Gods zweefde, broedde op de wateren. Toen heeft Hij alles afgemaakt. Toen het paradijs, ja de gehele wereld in Gods glans lag te schitteren, was dat het werk van de Heilige Geest. Maar zodra wij door onze zonden tegen God gerebelleerd hebben, is die Heilige Geest teruggegaan naar de hemel en heeft Hij de aarde verlaten. Hij heeft Zich teruggetrokken achter de sluier van de hemelen en is pas weer neergedaald, toen de vloek van de aarde was weggenomen. Want, toen Jezus aan de rechterhand van Zijn Vader gezeten was en Zijn heerlijk werk op de aarde volbracht had en de vrede met God hersteld en de gerechtigheid heerlijk had opgeluisterd, toen is die Heilige Geest weer neergedaald. Nadat God de Vader het werk van de schepping voleindigd had, staat er: Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht. (Gen.2:1). En als Jezus aan het vloekhout uitroept: Het is volbracht, dan heeft Hij Zijn werk afgemaakt. God de Vader is klaar met Zijn werk. Ook God de Zoon is klaar met Zijn werk, maar God de Heilige Geest gelukkig nog niet. Die Heilige Geest is de rusteloze Arbeider, Die voortgaat met werken totdat de laatste van de uitverkorenen zal zijn ingezameld. Want als die Geest rust had, kon er niemand bekeerd worden; maar, omdat die Geest nu voortgaat, zolang als de zon en de maan er zijn, kunnen mensen nog bekeerd worden. Kunnen mensen nog tot God bekeerd worden, met God verzoend worden, vernieuwd worden, omdat die Geest nog werkt in het midden van Gods gemeente. Nu gaat die Geest verder, dat is een bewijs dat de hemel nog niet vol is. Dat er nog plaatsen onbezet zijn. Dat er nog moeten worden toegebracht tot de gemeente van de uitverkorenen. Dat er nog liggen onder het zegel van de verkiezing.

Ook onbekeerden, onherborenen, hebben krachten gedaan (Mat. 7:22)
Die Heilige Geest deelt verder veel gaven mee. Zonder het werk van de Heilige Geest zou er geen werk op aarde mogelijk zijn. Ook in het natuurlijke niet, want er zijn onderscheiden werkingen van de Geest. Wanneer u het over het werk van de Heilige geest hebt, dan moet u dat niet alleen beperken tot de bekering van Zijn volk. Maar, die Heilige Geest vernieuwt ook het gelaat van het aardrijk.

Gij vernieuwt het gelaat van het aardrijk
In Psalm 104 bezingt de dichter de heerlijkheid van God in de schepping. ..O Heere. mijn God! Gij zijt zeer groot. Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid" (vers 1). God zorgt voor mens en dier, voor heel de schepping: de bergen en de fonteinen, de dieren van het veld en de woudezels, de zon en de maan, de dag en de nacht. Hij doet het gras uitspruiten, laat de vogels nestelen, geeft aan steenbokken en konijnen een schuilplaats en voedsel. Hij zorgt voor de vissen in de zee. Dat is alles het algemene werk van de Heilige Geest in de schepping, die Heilige Geest werkt ook alle dingen in het rijk van de natuur, die maakt Hij af.

De Heilige Geest werkt in het bijzonder daar, waar het Woord van God wordt verkondigd. Daar deelt Hij veel gaven uit. Dan is er een werk van Gods Geest in het rijk der genade, dat werk is voor ons allen nodig om zonder verschrikken voor Gods rechterstoel te kunnen verschijnen. De stroom, die Ezechiël eenmaal van onder de dorpel van het huis van God huis zag uitstromen, die richt zich naar de Dode Zee. Overal waar die wateren des Geestes heen gingen, daar worden de wateren van de Dode Zee gezond. Daar komt leven, daar zal veel vis zijn. Daar zullen vissers staan van En-gedi tot aan En-eglaim toe en die zullen daar vissen, in die zee, die vruchtbaar gemaakt is door de genade van God. Vooral in het begin van de Nieuw-testamentische kerk heeft de Heilige Geest Zich in de uitdeling van zeer bijzondere gaven in de gemeente des Heeren geopenbaard. De gaven van de talen en van de tongen en uitlegging ervan en van de gezondmaking hebben toen velen ontvangen. Ook degenen, die onbekeerd waren, want in Mattheüs 7 wordt er gesproken van mensen, die op de deur zullen kloppen nadat de Bruidegom is ingegaan en die zullen zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? (Matth.7:22) Er is dus een "algemene" werking van de Heilige Geest, die zoveel kracht heeft, dat er door geprofeteerd wordt en waardoor vele krachten gedaan worden. Denk maar eens aan de wonderen van de gezondmaking, ja, zelfs duivelen werden uitgeworpen en toch zal de Heere tegen hen zeggen: Ik heb u nooit gekend. Toch hebben ze het gedaan, door de kracht van de Heilige Geest.

Wie de Geest van Christus heeft, die gaat Christus beminnen
Wanneer de apostel zegt, nu blijft geloof, hoop en liefde, dan drukt hij hiermee uit, dat die gaven van de talen en van de tongen en van de gezondmaking en al die eerste gaven van de Heilige Geest in de christelijke kerk straks zullen ophouden. Men leest ook in de andere brieven niet meer van die bijzondere gaven. Dat zijn dus gaven, die maar tijdelijk geweest zijn. Ja, zegt u, maar nu zijn we er nog niet, want er zijn toch mensen in onze tijd, die werkelijk iets van die gaven hebben, bijvoorbeeld de gave van de gezondmaking; ik geloof lang alles niet wat er van verteld wordt, maar we kunnen toch ook niet alles ontkennen. Er zijn inderdaad door hen dingen gedaan, waarvan je zeggen moet: Het gaat mijn verstand te boven. Er is iets bijzonders in. Maar we moeten altijd maar opmerken, dat die mensen, die nu zo dwepen met de Geest, en zeggen: We moeten meer door de Geest leven, de Geest losmaken van de Heere Jezus Christus. Dat zeggen ze niet. Wanneer je dit zou zeggen, dan antwoorden ze: Nee, hoor, wij zeggen, dat het een verdienste is van Christus. Maar in de praktijk van hun leven maken ze de Geest los van Christus. De Heere heeft gezegd, dat Hij Zijn Geest zou zenden. Wat zou die Geest dan doen? Die zal van Mij getuigen, zegt Christus. Hier is dan ook het onderscheid getekend tussen algemene gaven en de "bijzondere genade" van de Geest. In die bijzondere genadegave wordt Christus verheerlijkt en bij de sekten gaat het om de mens. Ze zijn er wat mee. Wíj hebben de Geest, anderen niet, is een argument. Terwijl juist het werk van Christus een mens in de verootmoediging, vernedering, brengt. Waar hoor je nu van een van die geestdrijvers, dat ze in het stof liggen voor God en uitroepen: O, God, wees mij zondaar genadig? Waar gaat er nu een met de hand op de borst, uitroepend: Zone Davids, ontferm U over mij! Waar hoor je hen kermen over de grootheid van hun schuld? Waar ziet u ze verbroken onder de genade van Christus, onder de liefde van het kruis? Ze zijn rijk geworden met hetgeen wat ze ontvangen hebben. Daarom ben ik bang dat ze zich bedriegen, dat ze de werking van een geest onderworpen zijn, maar niet de Geest van Jezus Christus. Want, wie de Geest van Jezus Christus heeft, die gaat Christus beminnen, die verhoogt Christus. In diens leven gaat het om Christus en hieraan kunt u ze dan kennen. Daarom, weest op uw hoede, dat u de gave van het onderscheid zou mogen hebben om de geesten te beproeven of zij uit God zijn. Geestdrijvers stellen zichzelf op de voorgrond maar verheerlijken Cristus niet. De Heere heeft beloofd, dat Hij de Heilige Geest wil geven aan degenen, die Hem er zonder ophouden om bidden. Ook in de doop is het verzegeld aan ons voorhoofd. God de Heilige Geest heeft het betuigd en verzekerd, dat Hij in ons wonen en tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende, hetgeen wij in Christus hebben. Dat heeft God verzegeld in de doop.

In de wedergeboorte wordt Christus en al Zijn weldaden geschonken
Ursinus, een van de opstellers van de catechismus, heeft dat zo heel eenvoudig gezegd: De Heilige Geest werkt door de bediening van woord en sacrament, door ijverige overdenking van de hemelse leer van de zaligheid. Daar heb je het weer, de wind blaast waarheen hij wil, men hoort z'n geluid en weet niet, vanwaar hij komt (Joh.3:8). Wat is het eenvoudig; de Heilige Geest werkt door de bediening van woord en sacrament en de ijverige overdenking van de leer van de zaligheid. Dus als ik weten wil, of ik de Heilige Geest ontvangen heb, dan moet ik naar het Woord. Want het Woord van God is het Woord van de Heilige Geest. De Vader werkt door Christus en de Heilige Geest gaat uit van de Vader en de Zoon. Dus nu moet ik mijn hart toetsen aan dat Woord van God. In welke verhouding sta ik nu tegenover het Woord van God? Is dat Woord mij nu lief geworden? Is dat Woord het richtsnoer van mijn leven geworden? Want het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Wilt u weten, of u de Heilige Geest ontvangen hebt? De tekenen van de tegenwoordigheid van de Heilige Geest in ons, zijn Zijn werkingen en Zijn weldaden, die wij in ons gevoelen, namelijk een ware kennis van God, de wedergeboorte, het geloof, de vrede in het geweten, de liefde van God uitgestort in onze harten, een vrolijkheid in het kruisdragen en vertroosting in de hoop. Een ernstig voornemen om God gehoorzaam te zijn en ware boetvaardigheid van het leven en een oprechte belijdenis van Christus". Als u nu aan deze kenmerken min of meer deel hebt, dan is de Heilige Geest in u. Wanneer u nu de werkingen van die Geest in u gevoelt, dan mag u daaruit besluiten, dat de Heilige Geest uw hart tot een woning verkoren heeft. Uit de werkzaamheden dus. Een honger en dorst naar God, een liefhebben van het Woord.

Wat doet nu die Heilige Geest in de harten van Zijn kinderen? Dat staat ook in de 53-ste vraag en het antwoord, dat Hij ook mij gegeven is , om mij door waar geloof deel te doen hebben aan Christus en al zijn weldaden, mij te troosten en eeuwig bij mij te blijven. Hier staat dat we "eerst" Christus en "dan" Zijn weldaden deelachtig worden. En wanneer doet de Heere dat? Wanneer wordt Christus nu aan de harten van Zijn kinderen geschonken? Dat is heel eenvoudig, dat gebeurt in de wedergeboorte; en wordt aan verloren zondaren om níet weggeschonken. De wedergeborene is van de dood in het leven gezet, die is uit de rampzaligheid verlost en met God in de eeuwige zaligheid gezet. Ik spreek nu over hetgeen de Heilige Geest doet, niet over wat u daar nu van gevoelt. Christus schenkt dan rechtvaardigmaking en heiligmaking. De apostel zegt, dat hij met Hem gezet is in de hemel! En hij leefde nog op de aarde! Maar in Christus, zegt hij, ben ik reeds bij mijn Vader. Ik ben nu nog een poosje op de aarde, totdat Hij mij straks aflost. Hoort u wel, hoe gelukkig en rijk Gods kerk is? Terwijl zij hier in de grootste ellende verkeren, in de diepste rampen soms en ze hier soms klagend en schreiend over de wereld gaan, vanwege de smart van hun Godsgemis, hebben ze Christus en al Zijn weldaden.

De Heilige Geest openbaart Zich als de Geest van de heiligmaking
Merkt u het wel, dat is niet enkel verstandswerk. Ook Ursinus sprak hier van hetgeen wij "in ons gevoelen", dat is het gevoel van de Heilige Geest, dat Hij in ons hart schenkt. Nee, er is geen geloof zonder verstand, wij hebben een redelijke godsdienst, maar als het alleen in ons verstand zit, dan geeft het ons geen troost, dan verbindt het ons niet aan Christus. Elke weldaad, die God ons hart doet smaken, is om met meer blijdschap en aanhankelijkheid Hem te kennen, om dichter bij Hem te mogen komen, om altijd bij Hem te mogen leven. Ook wanneer wij niet bidden kunnen en zo ellendig en moegestreden over de wereld gaan, dan blijft die Heilige Geest bij Zijn kerk. Er staat nog bij: en eeuwig bij mij blijven. De werking van de Heilige Geest is hieraan kenbaar: dat Hij Christus gaat verheerlijken in ons leven. Alle werkingen dus in ons, die plaatsmaken, heenwijzen en trekken naar Christus, zijn van de Heilige Geest. Daarom was David ook zo bang om die dierbare Geest te missen. Want hoewel het waar is, dat onder het Oude Testament, die Geest niet zo werkte als onder het Nieuwe Testament, toch zijn de gelovigen onder het Oude Testament zalig geworden door de werkingen van Diezelfde Geest en heeft David gebeden: Heere, verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij (Ps.51:13). Laat dan het woord van Stefanus niet voor ons gelden: Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, u verzet u altijd tegen de Heilige Geest; zoals uw vaderen deden, zo doet u ook. (Hand.7:51). Daar is dus verzet tegen de Heilige Geest, dat uitloopt op het eeuwig verderf. Zo is de werking van Gods Geest in het leven van al Gods kinderen. Bij alle verscheidenheid, leidt Hij ze door de dood naar het leven en openbaart Hij hun zonde en schuld, om ze uit te drijven naar Christus, opdat ze zouden omhelzen, hetgeen ze in de wedergeboorte in Hem hebben, namelijk rechtvaardiging en heiliging en eeuwige verlossing.

Nadat we kennis van Christus en Zijn Persoon hebben mogen ontvangen, gaat de Heilige Geest Zich in Zijn werkingen meer en meer openbaren als de Geest van de heiligmaking. We worden hongerig en dorstig naar de gedurige invloeden van die Heilige Geest. In de weg van heiligmaking worden we steeds maar armer, armer dan we ooit geweest zijn in de weg van de rechtvaardigmaking. Die weg van heiligmaking, dat is al maar sterven, dat is elke dag met Christus kruisdragen, dat is kennisnemen, dat er in mij geen goed woont. Wantrouw God niet, maar bidt liever om de gevoelige werkingen van die goddelijke Geest, opdat u meer en meer sterven mag aan uzelf en opwassen in de kennis en genade van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hij zal me niets te veel opleggen en zal eeuwigl bij mij blijven. Straks, wanneer ik ga door het dal van de schaduwen van de dood, dan zal de Trooster in mijn hart zijn. Dan zal Hij meegaan tot voor de troon van God in de hemel. Daar zal Christus zijn, als het Lam dat geslacht is. Dan zullen we de volkomen lofzang zingen ter ere van de Vader, Die Zijn Zoon gegeven heeft tot een verlossing van onze zonden, ter ere van Christus, Die ons verlost heeft met de prijs van Zijn hartebloed en ter ere van de Heilige Geest, Die ons troosten en eeuwig bij ons blijven zal.


                         

















 


a

LOGO






Sola Scriptura