Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning.  (1 Korinthe 15:54).

Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en verkrijgt u het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen.  (1 Petrus 1:8-9).

Antwoord 57: 

Luk. 16:22; 20:37, 38; 23:43; Fil. 1:21, 23; Opb. 14:13; Job 19:25-27; 1 Kor. 15:53, 54; Fil. 3:21; 1 Joh. 3:2

Antwoord 58: 

Joh. 17:3; 2 Kor. 5:2, 3; Joh. 17:24; 1 Kor. 2:9


Deze Zondag handelt over de opstanding van het lichaam
en het eeuwige leven.


Drie hoofdthema's in deze bespreking
1.
 De aanvang hiervan bij de opneming van onze ziel
2.  De voortgang in de opstanding van het lichaam
3.  De voltooiing in de volkomen zaligheid

Inleiding
Wat troost geeft u de opstanding van het lichaam ? De eeuwigheid is namelijk nabij. Wij leven op de drempel ervan. Wij leven in de poort van de eeuwigheid. Wat troost geeft u de opstanding van het lichaam? Of geeft u dat soms helemaal geen troost? Verschrikt u dat soms, wanneer u hoort spreken over de opstanding, over het laatste oordeel, over het Godsgericht, wanneer de Zoon des mensen komen zal met Zijn heilige engelen, zittende op Zijn geduchte troon en gezien zal worden door allen, die ooit op de wereld geleefd hebben en door hen, die nog op de wereld leven? Zit daar voor u helemaal geen troost in, dan komt dit, omdat uw verhouding tegenover de grote Rechter niet recht ligt, Die niet naar het gezicht van Zijn ogen, noch naar 't gehoor van Zijn oren, maar naar waarheid het vonnis vellen zal. Dat wil zeggen, Hij ziet niet aan wat voor ogen is, maar Hij kijkt naar ons hart. Als u geen troost, uit dit artikel, haalt van het eeuwige leven en van de opstanding van het lichaam, dan komt dat, omdat uw verhouding met God niet goed is. De onderwijzer leert ons hier, dat de kerk troost heeft uit de opstanding van het lichaam, uit dit artikel van haar geloofsbelijdenis. Waarom? Wel, de kerk heeft toekomst. En een toekomstverwachting, die de weelde is van het geloof! Het ongeloof kent maar een toekomst tot aan de dood, tot aan het graf en wil hier gelukkig zijn. Hier het paradijs, dan mag God de hemel wel houden. Maar de kerk heeft een toekomstverwachting, die over dood en graf heenreikt. Dat is de weelde van het geloof. Dat is een ongekende grootheid, een verwachting te mogen hebben ná het sterven.Wat voor troost ik daaruit heb: Dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden, maar dat ook dit mijn lichaam, door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkte lichaam van Christus gelijkvormig zal worden.

Ziel en lichaam worden verenigd
door de kracht van Christus
Die in Hem gelooft leeft eeuwig. Vanaf het ogenblik, dat we wedergeboren zijn, zijn we eeuwigheidsschepselen en zullen we niet meer sterven. Jezus zegt tot Martha: Die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven. En een ieder die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid (Joh.11:25 en 26). Als een rank in de wijnstok zullen we altijd in Hem blijven en vruchten dragen. Waar dan de onderwijzer met klem de nadruk op legt, is, dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot Christus opgenomen wordt. Geen zieleslaap meer tot aan de dag van Christus' wederkomst, zoals ook in dwalingen wordt geleerd. Nee, dan zou de troost van Gods kerk worden weggenomen. Wanneer Abraham al de eeuwen door had moeten wachten totdat Christus zou komen. Wanneer Adam, die reeds de belofte in het paradijs kreeg, weer met God verzoend te worden, al die eeuwen door had moeten wachten op het gezicht van Hem, Die beloofd was. De ziel zou van verlangen bezweken zijn. De catechismus zegt het zo terecht op grond van Gods Woord: Terstond tot Christus, haar Hoofd, opgenomen zal worden. Hebben wij daar bewijzen voor? Ja, Gods Woord spreekt ervan. Denk met name eens aan wat Jezus tot de moordenaar zegt, namelijk: Heden, zult u met Mij in het paradijs zijn (Luk.23:43). Nog eer de zon ondergaat, zult u Mij aanschouwen op de witte troon, aan de rechterhand van Mijn Vader; zult u met Mij zijn, Die u verlost, die hier naast u hangt aan het kruis, bloedend uit vele wonden. Ja, zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen (Openb.14:13). De onderwijzer zegt: niet alleen mijn ziel, ook mijn lichaam. God heeft niet alleen de ziel maar ook het lichaam verlost. Hij riep uit: Mij dorst, opdat wij te drinken zouden hebben, opdat wij te eten zouden hebben. Hij was naakt aan het kruis, opdat wij kleren zouden hebben. Hij had niets, waar Hij Zijn hoofd op neerleggen kon, opdat wij een bed zouden hebben en een woning om in te wonen. Dat heeft Hij als Borg gedaan voor Zijn kerk. Dat heeft Hij verworven, doordat Hij het ontbeerde. Dus ook voor mijn lichaam. Dus ook "dit mijn lichaam" is verlost. Hier reeds aanvankelijk. Christus komt Zijn kerk naar ziel en lichaam beide te verlossen. Wanneer de ziel weer met het lichaam verenigd zal worden en we ook met het lichaam werkzaam kunnen zijn om eeuwig God te loven en te prijzen.

De hemel is bij God zijn en met God zijn
Er staat niet, dat we dan terstond naar de hemel zullen gaan. Natuurlijk, dat is ook waar, maar de hemel is de plaats waar Christus is. Terstond tot Christus haar Hoofd zal opgenomen worden, dat is het grootste. Want niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard. In de hemel kunnen we God ook niet zien, want God is een Geest. Maar waarin zal dan de zaligheid bestaan? Er staat toch in het woord van God; dan zullen we Hem kennen en Hem zien van aangezicht tot aangezicht? Nu, God zal zich laten zien, in ons Hoofd, Jezus Christus. Wij zullen Christus zien in de menselijke natuur. De Zoon van God, Die nu reeds wandelt door de zalen des hemels en woning bereidt voor al degenen, die straks dat paleis met Hem zullen delen. Nu zegt dus de onderwijzer: Mijn troost is: wanneer ik straks de laatste adem uitblaas, dat mijn ziel, maar ook eenmaal mijn lichaam, bij Christus zal zijn. Zullen wij elkaar daar kennen? Ik persoonlijk meen van wel. Hebt u een andere mening, ik laat u daar vrij in. Toen Jezus op de berg van de verheerlijking was en Mozes en Elia met Hem, dan vragen Petrus, Jacobus en Johannes niet: wie zijn dat toch, die twee mensen? Dan kennen ze hen. Ik leid daaruit af, dat we elkaar zullen kennen. We zullen Abraham kennen, al hebben we hem hier nooit gezien en ook Izak en Jakob. Maar de catechismus leert, dat we dan Christus zullen zien, dat we aan Zijn heerlijk lichaam gelijkvormig zullen zijn. Wat is eigenlijk de hemel? Dat is bij God zijn en met God zijn, het eens zijn met God. Als ik in de bekentenis van mijn schuld met de moordenaar zeg: Wij toch, ontvangen straf waardig hetgeen we gedaan hebben, dan komt er iets in mijn hart van die eeuwige vreugde. De onderwijzer spreekt van gevoel. De waarneming van het geloof gaat gepaard met dat zalige gevoel. De waarneming van het geloof is sterker dan de waarneming van onze zintuigen. Want het geloof is maar niet een stap in het duister, het is maar niet een wagen, zonder dat men weet hoe het uitkomt. Nee, in het zwakste geloof ligt al iets van het vertrouwen, dat God het doen zal, al heeft Hij het dan nog niet gedaan en al heb ik er dan nog weinig van en al is alles nog in beginsel. Maar, dan komt er toch een hoop, dat Hij het doen zal. Een betrouwen op God. Er is een hoop, dat God nog eens op dat werk terugkomt. Er is hoop dat Hij niet laat varen het werk van Zijn handen.

Het leven is zo kort,
maar de deur naar de zaligheid staat nog wijd open

Het is waar, wanneer de apostel Paulus in 1 Kor.2:10 zegt: Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest. Dat wil zeggen, vóór die tijd hebben Farizeeën en Schriftgeleerden het niet verstaan, het is in hun hart niet opgekomen. Maar nu, door de Heilige Geest, zegt de apostel, verstaan we wat het is, namelijk, dat eeuwig Evangelie van Jezus Christus. We mogen hier met ons oor de spraak van de Geest hebben vernomen en in verwondering aan Zijn voeten zijn weggezonken; we mogen hier in ons hart hemelse gedachten gehad hebben, zodat we misschien voor een ogenblik, onbekwaam waren, om onze aardse arbeid te verrichten, dat we opgetrokken geweest zijn met Paulus in de derde hemel. Maar wat daar aanschouwd zal worden, nee, dat heeft ons oog niet gezien, en ons oor niet gehoord, en dat is in het hart van een mens niet opgeklommen en dat om God eeuwig te prijzen. Daar zal het dus om gaan. Niet in de eerste plaats de zaligheid van onze lichamen en onze zielen. Zeker, dat zal groot zijn, maar die zaligheid zal bestaan in God eeuwig te prijzen. Dan geloven we bij ogenblikken, dat we de eeuwigheid nodig hebben om dat te mogen doen. Het leven is zo kort en de deur naar de zaligheid staat nog wijd open. De deur van de voorhof was twintig ellen breed, dat is tien meter breed, daar kan toch een arme zondaar wel door, denkt u ook niet? Die deur is Christus, Hij is die deur. Glanzend wit van heiligheid, maar ook doorweven met het rood van Zijn bloed, dat ons spreekt van Zijn bitter lijden. Hij is heden als de fontein geopend tegen de zonde van het huis van Jakob en tegen de overtreding van het huis van Israël.

Er is een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige
en Hij is een verzoening voor onze zonden
Wat troost schept u uit het artikel van het eeuwige leven? Omdat ik nu het beginsel van de eeuwige vreugde in mijn hart gevoel, dat ik na dit leven volkomen zaligheid bezitten zal, en dat om God daarin eeuwig te prijzen. Kom, heft dan uw hoofden omhoog. Die deze hoop heeft, die reinige zichzelf van de zonde; die trede uit de gelederen van hen, die de satan en de wereld dienen, die zondere zich af in een nieuw leven. Zijt heilig, want Ik ben heilig! Weet u, wat de beste manier is om aan de zonde te sterven? Te zien op Hem Die gestorven is voor de zonde van de wereld. Dan kunnen wij ook niet meer zondigen, dan gaan we ze haten en vlieden, dan treden we uit het veld van de zonde, dan roepen we tot God, net zo lang tot Hij onze gedachten gevangen legt tot de gehoorzaamheid van Onze Heere Jezus Christus. En al is het waar, dat we hier telkens struikelen, toch weten we: er is een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige en Hij is een verzoening voor onze zonden. Al weten we, dat we het hier niet verder kunnen brengen dan een klein beginsel, het is toch het onderpand, dat het straks volmaakt zal zijn. Laat ons die dag verwachten met een zeer sterk verlangen, uitziende naar de komst van Hem, Die ons onze vreugde geven zal, namelijk onze Heere Jezus Christus, Die ons alzo heeft lief gehad, dat Hij Zichzelf gegeven heeft tot een rantsoen voor onze zonden, opdat wij Hem daar straks, met ziel en lichaam, eeuwig voor zouden mogen prijzen.

















 


a

LOGO






Sola Scriptura