Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht. In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees (in putting off the body of the sins of the flesh KJV), door de besnijdenis van Christus. U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt (Kolosensen 2:10-12).

Antwoord 72:
 

Mat. 3:11; Ef. 5:26; 1 Petr. 3:21; 1 Kor. 6:11; 1 Joh. 1:7.

Antwoord 73: 

1 Kor. 6:11; Opb. 1:5; Opb. 7:14; Mark. 16:16; Gal. 3:27.

Antwoord 74: 

Gen. 17:7; Ps. 22:11; Jes. 44:1-3; Mat. 19:14; Hand. 2:39; Hand. 10:47; Gen. 17:14; Kol. 2:11, 12.


Deze Zondag belicht ons de inhoud van het sacrament van de Heilige Doop


Drie hoofdthema's in deze bespreking
1.
 De dwalingen, betreffende de Heilige Doop
2.  Het voorrecht van de kinderen in de Heilige Doop
3.  De roeping, die in de Doop tot ons komt, zowel voor de ouders,
     als voor de kinderen

Inleiding
Een sacrament is een verborgenheid, die alleen door het geloof begrepen kan worden. Dat houdt dus ook in, dat, wanneer we als ongelovige hierover spreken of denken, we onvermijdelijk het geestelijk inzicht missen in de instelling van het sacrament van de besnijdenis in het Oude Verbond en de samenhang van de instelling van de Heilige Doop in het Nieuwe Verbond. Wat voor het geloof helder en klaar is, wat voor het geloof aanvaardbaar is, dat is voor de ongelovige altijd dwaasheid. Het is nu eenmaal een goddelijke waarheid, dat de natuurlijke mens niet verstaat de dingen, die des Geestes Gods zijn. Ook al is die natuurlijke mens een kerkmens en ook al heeft die natuurlijke mens veel gelezen over de dingen van Gods koninkrijk en over de sacramenten. Zo blijft hem toch vreemd het "innerlijk geheim" van het sacrament, de vrede met God door het bloed van de Heere Jezus Christus. Nu kun je een blinde veel vertellen over kleuren, maar als zijn ogen geopend worden, dan zegt hij toch; ach, zo had ik het niet gedacht. Zo is het ook met het sacrament van de Heilige Doop. Het is eenvoudig en klaar. Het is een bron van vertroosting en van kinderlijk vertrouwen, voor allen die als schuldige, vuile, en zondige mensen, met hun zonden en met hun noden, de toevlucht nemen tot God. Telkens mogen zij dan zien, hoe God in Zijn trouw, ook aan het zaad van de kerk, Zijn verbond verzegelt en zo Zijn woord waar maakt in de lijn van de geslachten; Ik ben uw God en Ik ben de God van uw nakomelingen tot in eeuwigheid. Maar, als we met ons natuurlijk, onherboren, verduisterd verstand en ons verdorven hart dit dan gaan onderzoeken, dan komen we telkens weer op barrières, die we niet doorbreken kunnen. God heeft ons deze verborgenheid niet gegeven om ons op een dwaalspoor te leiden. Want Hij heeft ons dit sacrament gegeven tot versterking van het geloof. Niet om een tweedracht te zijn in het midden van Zijn gemeente, maar opdat we er kinderlijk gelovig gebruik van zouden maken en elkaar daardoor zouden oproepen te gaan in een heilige wandel en in een nieuw leven, tot eer van God

Niet het uiterlijk waterbad, maar het geloof in het bloed van Christus,
gewerkt door de Heilige Geest behoudt ons
Deze zondagsafdeling begint met het stellen van de vraag: Is dan het uiterlijk waterbad de afwassing van de zonden zelf? Waarom stelt de onderwijzer dan deze vraag? In de vorige Zondag, is toch zo duidelijk behandeld, dat de doop het bad van de wedergeboorte is en dat God de doop de afwassing van de zonden noemt: En nu, wat vertoeft gij? Sta op, en laat u dopen, en uw zonden afwassen, aanroepende den Naam des Heeren (Hand.22:16). Dat is zo krachtig, voor geen tweeërlei uitleg vatbaar. Is dan het uiterlijk waterbad de afwassing van de zonden zelf? Deze vraag, is door velen met "Ja" beantwoord. In de dagen, dat de catechismus opgesteld werd, waren er veel mensen, die zeiden "Ja", door de doop krijg je genade. De doop zelf is de afwassing van de erfzonden. Zodra het doopwater van je hoofd druipt, druipt de zonde van je ziel af en je bent rein. En als je sterft, direct, nadat je gedoopt bent, voordat je dadelijke zonden gedaan hebt, dan kom je in de hemel. Zo is en was de leer van de roomse kerk. Maar om die genade van Christus deelachtig te worden, is dat doopwater op zichzelf niet genoeg, we hebben het geloof nodig in het bloed van Christus, gewerkt door de Geest van de Heere Jezus Christus. Het is overduidelijk dat de doop als doop een mens niet zalig maakt. Dat we niet in onze doop moeten geloven, maar in de Heere Jezus Christus, in Zijn bloed, dat in de doop betekend en bezegeld wordt als de enige en eeuwige redding van al onze zonden. De Schriftgeleerden in Israël zeiden: Wij zijn toch besneden, wij zijn toch het zaad van Abraham (Joh.8:33). Wij stammen toch af van Abraham, wij zijn nooit dienstbaar geweest. Wij dragen het teken van het verbond in ons vlees, we zijn toch vrij, we zijn toch kinderen van Abraham? Nee, zegt het antwoord, nee, in welke vorm u ook vertrouwt op uiterlijke middelen, of het nu een uiterlijk waterbad is, of een uiterlijk aanzitten aan het Avondmaal, of het uiterlijk doen van openbare geloofsbelijdenis; in het antwoord op deze vraag staat, alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigt ons van alle zonden! En dat bloed toegepast door de Heilige Geest, dat bloed levend en krachtig gemaakt aan mijn ziel door de Heilige Geest, dat is door niets te vervangen. Ik zal het heel scherp zeggen: Al waren we nooit gedoopt en al waren we nooit in de kerk geweest en al hadden we nooit openbare belijdenis gedaan, als we met de moordenaar, al was het vlak voor ons sterven, tot het bloed van Christus kwamen, dan zouden we behouden worden; want de doop redt ons niet en de genade middelen op zichzelf redden ons ook niet. Niets, maar dan ook niets kan de plaats van het bloed en de plaats van de werking van de Heilige Geest in ons leven vervangen. Laten we dat goed beseffen.

De doop is een pand, een goddelijk merkteken, wat betekent, en bezegelt
de afwassing door het bloed van de Heere Jezus Christus
In het volgend gedeelte van deze Zondag vraagt de onderwijzer: Waarom noemt de Heilige Geest de doop dan het bad van de wedergeboorte en de afwassing van de zonden? Als het dus niet zelf de afwassing van de zonde is, als het water zondermeer niet genoeg is, waarom noemt de Heere dat dan zo en waarom zegt Hij dan: Laat u dopen en uw zonden afwassen. En waarom noemt Hij dan toch de Doop het bad van de wedergeboorte? Dan zegt de onderwijzer: dat zegt God niet zonder grondige reden. Namelijk, niet alleen om ons daarmee te leren, dat, zoals de onzuiverheid van het lichaam door het water, ook onze zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus weggenomen worden; maar vooral omdat Hij ons door dit goddelijk pand en teken ervan wil verzekeren, dat wij even zeker van onze zonden geestelijk gewassen zijn, als wij uitwendig met het water gewassen worden. God leert er ons dus mee. God is hier de opvoeder van Zijn kinderen. Hij leert ons, met dit sacrament van de Heilige Doop. Hij leert ons, wíj namelijk, die vuil zijn en die dat gevoelen en die daar smart over dragen en die zoeken naar reiniging. Als dan de discipelen zeggen: Wie kan dan zalig worden? ,dan zegt Jezus: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God (Luk.18:27). Dat leert God ons in de doop. Hij leert ons in die doop onze dood. Maar, Hij leert ons in die doop ook Christus' dood. De Doop leert ons boven alles en vóór alles de dood van de Heere Jezus Christus. Heel Zijn kerk op Zijn hart gebonden, in de plaats van Zijn gemeente, met Zijn gemeente de dood in gegaan. Want zoals Christus is opgestaan, tot een teken dat de wet was genoeg gedaan en tot een bewijs, dat God in de hemel met Zijn volk tevreden was, zo blijven ook degenen, die met Hem sterven, niet in de dood. Dat is de andere kant van de betekenis van de doop. God leert ons; kind, Mijn kind, u was, u bent zwart, zondig van uw hoofd tot aan uw voeten. Maar om Christus wil, mag u opstaan tot een nieuw leven, dat is het wat God ons leert. U weet wat een pand is. God geeft in de doop een pand. Het is een waarteken, een goddelijk merkteken, dat we zo zeker van onze zonden" geestelijk gewassen" zijn, als we uitwendig met het water gewassen worden. De Heilige Doop zegt geen goed van òns, maar de Heilige Doop zegt alleen maar goed van God, van Zijn verbond. Daarom zeg ik: De Heilige Doop leert ons geloven in God, in de God van het verbond. In die God, Die trouw houdt van geslacht tot geslacht. Ik ben de HEERE uw God, zo zeker als u dit doopwater ontvangt, wat heen wijst naar wat betekent, en bezegelt de afwassing door het bloed van de Heere Jezus Christus.

De kinderen zijn in het verbond Gods en
Zijn gemeente begrepen
Zo ontvangen we de troost uit de doop, elke keer weer opnieuw. Kinderkens, indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige (1Joh.2:1). God zegt: kijk maar, het is zo waar, Ik zet er elke keer weer opnieuw het stempel op in het midden van de gemeente. U kunt er van op aan, zo waarachtig van onze zonden gewassen te zijn, als wij uitwendig met het water gewassen worden. Maar hoe staat het dan met de kinderen? Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden ? Want zij beseffen hun verlorenheid nog niet, zij kennen de werken van de Geest nog niet. Maar dan komt het weer met alle nadruk: God betekent en verzegelt niets dat in ù is. Bij de volwassenen niet en bij de kinderen niet. God betekent en verzegelt niet uw geloof. Dan zoudt u eerst zeker moeten weten dat úw geloof van God was en een werk van de Heilige Geest. Nee, maar Hij betekent en verzegelt de belofte van Zijn verbond tòt geloof, opdat u geloven mag. En dat doet de Heere ook aan uw kinderen. Waarom? Wel, zegt de onderwijzer, de kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente, en dat hun door Christus' bloed de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, evenals aan de volwassenen beloofd wordt. Daarom moeten zij ook door de Doop, als door het teken van het Verbond, van de Christelijke Kerk, ingelijfd en van de kinderen van de ongelovigen onderscheiden worden. In het oude verbond of Testament gebeurde dat door de besnijdenis, terwijl in het nieuwe verbond in plaats daarvan de doop is ingesteld.

De kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond. Dat heeft God gezegd, zondermeer. Zo heeft God gehandeld van het begin van de wereld af. Als God, Adam en Eva opzoekt in hun verlorenheid, vluchtende voor God, bevende voor de stem van de Almachtige, dan vertroost Hij de verschrikte mens en dan richt Hij het verbond op in de moederbelofte. Dan is daar het zaad in betrokken. Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw. Tussen uw zaad en tussen haar zaad (Gen.3:15). God zegt niet alleen tegen Adam en Eva: Ik kom u zoeken, Ik herstel u weer in het kindschap, Ik zal weer uw God zijn en u Mijn kind. En bij het prille ontluiken van het genade verbond, denkt God ook aan de kinderen. Hij zegt tot het eerste mensen paar:"Ook uw kinderen". Zo handelt God in de gehele Schrift. In Gen.17 zegt de Heere tot Abraham: Ik zal Mijn verbond oprichten tussen u en tussen Mij en tussen uw zaad na u, in hun geslachten tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u (Gen.17:7). God zegt tegen Abraham: Abraham, u bent Mijn kind en Ik ben uw God, maar ook de God van uw kinderen en uw kinds kinderen, tot in het duizendste geslacht. Zo belooft God dat aan Abraham. In Markus 10:14 zegt Jezus: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk van God. Als kinderen zijn ze reeds kinderen van het Koninkrijk. Niet krachtens iets, wat in hen is. Ze zijn verloren in zonden en schuld. Ze zijn aan de verdoemenis en allerlei ellendigheid onderworpen. Dat geldt in àl z'n kracht en in àl zijn ellende, en in al de uitgebreidheid van het oordeel, wat op ons en onze kinderen rust. Dat gold ook van die kinderen, waarvan Jezus zei: Laat ze tot Mij komen. Maar God heeft een "eeuwig verbond met ons" en in dat verbond zegt Hij: Laat ze tot Mij komen, want het zijn kinderen van het koninkrijk. Ze zijn Mijn kinderen! Paulus zegt zelfs, al is één van de ouders een heiden, maar de moeder is gedoopt of de vader is gedoopt en een van de twee gelooft, dan zijn de kinderen, kinderen van het Koninkrijk. Dan zijn de kinderen heilig om de gelovige vrouw of om de gelovige man, krachtens Mijn verbond. En in Hand.2 waar Petrus het Woord van God verkondigt op de pinksterdag, daar zegt hij tegen de verslagen schare: Want u komt de belofte toe en uw kinderen. "En uw kinderen"; daar ligt de grond van de doop. En uw kinderen en allen, die daar verre zijn, de heidenen, zoveel als de Heere, onze God er toe roepen zal. Ook uit die heidenen, met hun kinderen, zo heeft God het gewild. Toen de stokbewaarder tot bekering kwam, werd hij gedoopt, en ook zijn gehele huis (wat een ruim begrip was in Israël, iedereen in het huis, ook de kinderen en de slaven de gekochten) Gen.17:9-14. Wanneer de Heere het hart van Lydia opent onder de prediking van Paulus, werd ze gedoopt met haar gehele huis. Toen de Geest des Heeren in het huis van Cornelius kwam, werd het gezin van Cornelius gedoopt, hij en zijn gehele huis. Toen Paulus het huisgezin van Stefanus doopte, doopte hij niet alleen de vader, maar ook het gehele huis. Zo heeft God het gewild. Zo bouwt Hij Zijn kerk en zo verheerlijkt Hij Zijn Naam. De kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente.

Ouders en kinderen, moeten samen in dat verbond
worden opgevoed
Zal er dan geen enkel gedoopt kind verloren gaan? We zien het vaak gebeuren, dat kinderen bij het opgroeien geen belangstelling hebben om de Heere te dienen. Maar doet dat Gods verbond teniet? Neemt dat Gods toezeggingen weg? Boston heeft ergens gezegd: Jezus Christus wordt alle mensen als een Voorspraak, als een Geneesheer, als een Borg en als een Zaligmaker aangeboden en God geeft aan alle mensen een "recht van toegang" om tot Hem te komen. Dat velen Hem niet nodig heben, niet willen, niet tot Hem komen, dat velen naar andere geneesheren omzien, dat velen zichzelf helpen met zichzelf, doet dat de gewilligheid van God teniet? Doet dat de macht van de Zaligmaker tekort? Het schaadt slechts uw heil, uw zaligheid. Maar het schendt Gods verbond niet, het maakt Gods trouw niet teniet. Dan zullen straks aan het einde, wanneer de engel met zijn scherpe sikkel, de druiventrossen van de aarde zal afsnijden, als de oogst van God rijp is geworden, dan zullen zij ingaan in de vreugde des Heeren, van wie de namen van eeuwigheid geschreven staan, in het Boek des Levens. Dat getal zal kloppen met degenen, die God van eeuwigheid voorgenomen heeft vrij te maken door het bloed van het Lam. Toch heeft God het in Zijn verbond geopenbaard, de kinderen zijn in het verbond Gods en Zijn gemeente begrepen, en dat hun door Christus' bloed, de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, niet minder dan de volwassenen toegezegd wordt. God zegt ook de kinderen Zijn Heilige Geest en de verlossing door het bloed van de Heere Jezus Christus toe. Dan mag onze bede voor onze kinderen wel zijn: Al wat u ontbreekt, dat schenkt Ik, zo gij het smeekt, mild en overvloedig? Ouders en kinderen, moeten samen in dat verbond worden opgevoed. Jezus heeft eens gezegd tegen Zijn discipelen, gaat heen maak alle mensen Mijn discipelen en leer ze onderhouden, alles wat Ik u geboden heb. Hij geeft het sacrament om daarmee te leren en te verzegelen, leren en onderhouden, wat God ons geboden heeft. U weet, wat eenmaal Ambrosius zei tegen Monica, de moeder van Augustinus, toen ze haar nood klaagde over het goddeloze leven van haar zoon, die ze met zoveel gebeden aan de troon van God bevolen had. Toen zei deze oude kerkvader, tegen deze bijna moedeloze vrouw: Vrouw, een kind van zulke gebeden kan niet verloren gaan.

We hebben een eeuwig verbond der genade met God
God heeft u, ouders, de opdracht gegeven uw kinderen te onderwijzen in de bijbelse leer. Kinderen God heeft het teken en zegel ook aan jullie voorhoofd gedrukt. Niet minder dan op de volwassenen. Toen je het nog niet wist, toen je er nog geen besef van had. Dankt God. Laat het wonder des te groter zijn, dat Hij, eer je het wist en eer je iets kon beseffen van je zonden en ongerechtigheid, zich al met je wilde inlaten. Dat Hij je naam al heeft genoemd, toen je die zelf nog niet kon spellen en dat Hij toen, al vanaf het uur van je geboorte met jou van doen wilde hebben. Laten we er klein onder worden voor God. Zoek die God van je doop te mogen leren kennen! God heeft het aan je voorhoofd betekend en bezegeld, dat Hij op je wacht om je genadig te zijn.

Tot de ouderdom en tot de grijsheid zal Ik, Dezelfde zijn, de God van het verbond. Dat uw hart naar Hem uit gaat, u die God vreest, misschien zwak, misschien van verre staande, misschien overspoeld met een stroom van ongerechtigheid, we hebben een Voorspraak bij den Vader en we hebben een pand aan ons voorhoofd. Welnu, buig u dan voor die God neer! We hebben een eeuwig verbond der genade met God. Laat ons dan in de zonde niet blijven liggen en laat ons aan de genade van God niet twijfelen. Want het bloed van de Heere Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden.


               
















 


a

LOGO






Sola Scriptura