Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoord 25.  Deut. 6:4; Jes. 44:6; 45:5; 1 Kor. 8:4, 6; Ef. 4:5, 6; Gen. 1:2, 3; Jes. 61:1;
Mat. 3:16, 17; 28:19; Luk. 1:35; 4:18; Joh. 14:26; 15:26; Hand. 2:32, 33; 2 Kor. 13:13;
Gal. 4:6; Ef. 2:18; Tit. 3:4-6.


Zondag acht behandeld de Goddelijke Drieëenheid

1.
 Dit is een onbetwistbare waarheid, want God zegt het.
2.  Het is een fontein van allerlei vertroosting.

Aandachtspunt 1:  God de Vader en onze schepping  

Onze vaderen hebben, om tegemoet te komen aan onze geringe kennis en aan de kleinheid van ons denken en ons verstand, de hoofdwaarheden uit de Bijbel samengevat in de Artikelen van ons Algemeen Ongetwijfeld Christelijk geloof. En die als een hoofdsom, als een banier voor ons opgesteld, omdat niemand de ganse Bijbel uit het hoofd kan leren. Opdat wij die hoofdsom, die zij er uitgehaald hebben, als het extract, als een samenbundeling van de gedachten Gods, vast zouden geloven, en dat dat geloof het ganse Woord van God zou omhelzen.

De kennis van God, zoals de onderwijzer ons die voorstelt, is niet een soort godsbegrip, waar we stil mee zijn. Want wat hebben wij aan een godsbegrip, wat heeft een hongerige aan het begrip brood? Het maakt de prikkel van de honger maar des te erger. Wat heeft een weeskind aan het begrip vader? Hij moet een vader hebben. Wat hebben wij aan het begrip God? Wij moeten een God hebben voor ons hart, Wiens eigen wij zijn, Die ons redt, Die ons leven is. Maar dan komt ook het onderwijs overeen met de begeerte van het geopende hart. Dan is weten gelóófsweten. Dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen. De Vader kennen als God, de Zoon als Verlosser, de Heilige Geest als Heiligmaker. Dit is het eeuwige leven, hoort u. Niet zo, als wij dit allemaal weten wie de Vader is, wie de Zoon is, wie de Heilige Geest is. Dan moet je daarnà nog zalig worden. Nee, dit is het eeuwige leven, dus die kennis, die ons hier voorgesteld wordt in de 8e Zondag is het eeuwige leven. Als wij dit echt kennen, kennen met ons hart, dan zijn wij zalig. Zo komt het tot ons hart, zo is het goddelijke openbaring tot zaligheid.

De heidenen hebben deze kennis niet. Zeker, er is na de zondeval een zekere godskennis overgebleven in elk mens. Maar die kennis is niet genoeg tot zaligheid. Geen mens kan buiten de Heilige Schrift om kennis van God hebben, die strekt tot eeuwige zaligheid. Dat heeft God voorbehouden aan diegenen, die het Woord horen. In wier leven dat Woord ingaat door de Heilige Geest. Dat is openbaringskennis door de Heilige Geest. In de eerste plaats staat er, dat God de Vader ons geschapen heeft. Maar Hij is ook Herschepper, van Hem gaat het heilsplan uit. Door Hem zijn wij hier samengeroepen in Zijn huis. Hij vergadert Zijn gemeente. Hij heeft ook gezegd: dat elke boterham, elk slokje drinken, elk kledingstuk, elke woning, die wij van God krijgen, al het goede, dat wij op de aarde hebben, wij dit uit Zijn Vaderhand ontvangen. Ja, wij weten, en misschien is dat wel zo belangrijk om te weten, dat ook de beproevingen, de tegenheden, de slagen, de droefenis, de krankheid uit Zijn Vaderhand ons toekomen. Nu, dan kan ons niets hinderen. Als wij het maar goed zien, als je het maar echt gelooft, als kinderen een Vader te hebben, Schepper en Herschepper.

Aandachtspunt 2:  God de Zoon en onze verlossing   

De Zoon is het door Wie het verlossingsplan gestalte heeft gekregen, door Wie God het heil heeft doen komen. Hij heeft zich daartoe in de stille vrederaad aan de Vader gegeven om met Zijn hart Borg te worden voor al Gods uitverkorenen. En Hij heeft niet nagelaten, toen de volheid des tijds daar was om te doen, wat Hij de Vader beloofd heeft. Wat heeft het voor nut over God te spreken, als Hij niet mijn God is? Wat heeft het voor nut over Jezus te spreken, als ik Hem niet verlang als mijn Borg, als mijn Zaligmaker, als mijn Redder? IJdele fantasie, alles wat ik van Hem zeg, zo ik het niet van Hem zeg, als van mijn Heere en mijn Christus en mijn Verlosser. Daarom heeft God Hem ook in de wereld gezonden, daarom mogen wij ook nu van Hem spreken, opdat u horende in Hem geloven zou, opdat u komen zou en zeggen: O God, heeft U dat voor mij gedaan? In de overgave van de Enige, Die U dierbaar was. Die arm werd om zondaren zalig te maken. Daar spreken de artikelen van in de tweede plaats.

Aandachtspunt 3:  God de Heilige Geest en onze heiligmaking   

Zoals de Heilige Geest zweefde op de wateren, het leven gaf aan het geschapene, het leven is
van het geschapene, zo is ook de Heilige Geest de Herschepper. De Vader doet niets buiten Zijn Zoon en de Vader en de Zoon doen niets dan door de Heilige Geest. De Heilige Geest is niet gegenereerd, niet geschapen, niet geboren, maar Hij gaat uit van de Vader en de Zoon. Hij heeft van Zichzelf niets te geven. Alles wat Hij ons geeft, dat neemt Hij uit Christus, ontvangt Hij van de Vader en dat geeft Hij aan de Zijnen, aan Gods kerk, aan Christus kudde, aan Zijn gemeente. En onze heiligmaking, dat is het derde gedeelte van onze 12 Artikelen. Het gaat om onze heiligmaking, want zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien. Om in de hemel te komen, hebben wij de Heilige Geest nodig, moeten wij heilig zijn. En Die ons heiligt is de Heilige Geest. O, die Heilige Geest spreekt niet van Zichzelf, maar openbaart Zich in Zijn werkingen. De Heilige Geest als onze heiligmaker. Ja, daar hebben wij allen het grootste belang bij. Hij is het, Die alles nieuw maakt. Hebben wij wel eens stilgestaan bij de liefde van de Heilige Geest? Zoals de Vader Zijn Zoon gaf uit liefde en zoals Jezus Zijn leven gaf uit liefde, zo komt de Heilige Geest dalende van de troon van God en Hij bezoekt de beestenstal van ons leven en maakt ons zondig hart tot een tempel. De Heilige Geest heeft Zich vernederd door het paleis van de Vader en de Zoon te verlaten en ons hart, zijnde een beestenstal, te verkiezen tot Zijn woning, om dat hart te heiligen tot een tempel van God. Hier begint de lof voor de Drieënige God op te stijgen uit een geredde ziel.

Aangezien er maar een enig goddelijk Wezen is, waarom noemen wij dan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? De onderwijzer zegt, want God heeft Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard. Dat is de bodem, waarop het staat. Het is dan ook een onwrikbare bodem, het is de rotsgrond. Uit verschillende bijbelplaatsen weten wij dat er een Drieënige God is.

-  De tekst van de schepping: En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze
   gelijkenis. (Genesis 1:26).
-  De tekst uit Psalm 33 : 6: Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest
   van Zijn mond heel hun legermacht. en Psalm 104 : 30: Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij
   geschapen, en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.
-  Ook de teksten waar David spreekt: De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: (Ps.110:1).
   Waar twee personen genoemd worden.

En wat in het Oude Testament nog onduidelijk is, dat heeft God heel duidelijk in het Nieuwe Testament geopenbaard, en wel op verschillende plaatsen, zoals bij de doop van de Heere Jezus, bij het zendingsbevel om te dopen, in 1 Joh. 5, waar uitdrukkelijk de drie goddelijke personen genoemd worden. Zo heeft God in Zijn Woord duidelijk en klaar gesteld, dat er is een enig goddelijk Wezen, dat wij God noemen. En dat dit goddelijk Wezen, Zich openbaart in drie goddelijke Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, waarvan de Vader er één is, de Zoon er één is en de Heilige Geest er één is. De Vader is God, de Zoon is God en de Heilige Geest is God. Toch zijn het geen drie Goden, geen drie Vaders, geen drie Zoons en geen drie Heilige Geesten. Maar het zijn drie Personen en één enig goddelijk Wezen. God heeft het zo gezegd. Het is een verborgenheid, die God van Zichzelf geopenbaard heeft en die wij aanbidden mogen, omdat God het alzo verkondigt.

Het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Zonder in bepaald systeem te vervallen, vinden wij wel een goddelijke orde in het Woord van God en in de bevinding van de heiligen. En tot die goddelijke orde behoort, dat het de Vader is, Die de dode zondaar trekt, dat het de Zoon is, Die de goddeloze verlost en dat het de Heilige Geest is, Die de verlossing toepast aan het hart. Jezus heeft eens gezegd: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke (Joh.6:44). En Hij heeft ook gezegd: Niemand komt tot de Vader, dan door Mij (Joh.14:6). Het is in de praktijk van ons leven zo, dat ik alleen door het ware geloof God de Heere behaag, Die als Vader het Woord van Zijn Waarheid uitzendt, Die als Vader herschept, Die in die schepping Zijn Geest uitzendt, Zijn Woord in het hart plant, ons doet zien, dat wij van Hem zijn afgevallen. De Vader doet niets buiten Christus, want Hij is buiten Christus een verterend vuur en een eeuwige gloed. Elke toenadering tussen de Vader en de zondaar is een toenadering in het offer van Jezus Christus. En de Heere Jezus doet nooit iets buiten de Heilige Geest om. Als de Vader mij trekt, als de Zoon door Zijn arbeid mij onderwijst, dan is het de Heilige Geest, die mij dat laat zien. De Heilige Geest is eerst in het hart komen wonen, om het hart te veranderen, om het verstand te vernieuwen en het leven te regelen. En die Heilige Geest neemt het woord van Christus, dat profetisch woord en Hij legt het in mijn hart, in mijn verstand en in mijn wil en in mijn hele leven, zodat ik het woord aanvaard, zodat ik mijn zonden ga zien, zodat ik mijn schuld ga bekennen.

Ook leren wij de Heilige Geest kennen
Dat zijn openbaringen, dat zijn heilgeheimen, die God Zijn kinderen leert. Geen pen kan het beschrijven, geen tong kan die weldaad melden, wanneer God ons Jezus Christus doet zien. Dan leren wij ook de Heilige Geest kennen. Hoe dan? Wel, dan leren wij tijden kennen, dat wij ons hartelijk voor God mogen buigen, dan leren wij tijden kennen, dat Jezus alles voor ons is. Dan leren wij tijden kennen, dat ons hart steeds overvloeit van Gods liefde. Dat wij het met de dichter mogen zeggen: Word ik wakker, zo ben ik nog bij U (Ps.139:18). Dan weten wij het uit Zijn werkingen, dat de Heilige Geest in ons is. Wanneer ik zalig mag worden, niet door mijn werken, maar door het geloof in Hem, Die de goddelozen rechtvaardigt, dan wordt Jezus weer het Offerlam, dat mijn zonden wegneemt. Maar daar is het ook de Heilige Geest, Die mij krachtig bereidt om vruchten voort te brengen van geloof en van bekering. Daar mag ik door de doorboorde handen van de Zoon het welbehagen van de Vader zien en weerkeren tot de rust aan 's Vaders hart. Die Heilige Geest, Die van de Vader en de Zoon gezonden is, Die hebben wij als een Trooster ontvangen. Wanneer de Vader in de hemel is en wanneer de Zoon in de troon van Zijn Vader zit, dan is de Heilige Geest in ons en Hij wekt het heimwee in onze ziel.

Wij zullen de Drieënige God zien in het Lam
Dit is het eeuwige leven, zo de Vader te kennen, Die Zijn Kind van Zijn hart afscheurde, de Zoon te zien, Die zich doornagelen liet aan het schandhout, zo de Heilige Geest te kennen aan Zijn werkingen in ons hart. Dan buigen wij ons ootmoedig aan de voeten van de Drieënige God, dan behoeft er geen twist te zijn tot wie wij bidden moeten, tot de Vader of tot de Zoon of tot de Heilige Geest. Want dan verheerlijken wij de Vader, komende tot Christus, door de Heilige geest en zo zal het in de hemel zijn. De Vader zullen wij niet zien, want Hij is een eeuwige Geest, de Heilige Geest zullen wij niet zien, want Hij heeft geen lichaam. Maar wij zullen de Drieënige God zien in het Lam, staande als geslacht. En wij zullen aan Jezus voeten de Vader eeuwig loven, omdat Hij ons verlost heeft, niet door goud of zilver, maar door de prijs van Jezus' bloed. En wij zullen door de overschaduwing van de Heilige Geest
eeuwig vreugde bedrijven.


                         















 


a

LOGO






Sola Scriptura