Logo
Oleh-Dara-Nya

 

        

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoord 26. Gen. 1:1; 2:3; Ex. 20:11; Job 33:4; 38:4-11; Ps. 33:6; Jes. 40:26; Hand. 4:24; 14:15; Ps. 104:2-5, 27-30; Ps. 115:3; Mat. 10:29, 30; Rom. 11:36; Ef. 1:11; Joh. 1:12;
Rom 8:15; Gal. 4:5-7; Ef. 1:5; Ps. 55:23; Mat. 6:25, 26; Luc. 12:22-24; Rom. 8:28;
Rom. 8:37-39; 10:12; Opb. 1:8. Mat. 6:32, 33; 7:9-11.


Zondag negen handeld over het geloof in het Vaderschap van God

1.
 Als de Vader van Christus
2.  Als de Vader van de schepping
3.  Als mijn Vader

2 Kor. 6:18  Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de
                    Heere, de Almachtige.



Het was de Vader, Die door de Zoon alles geschapen heeft
Wat in de vorige Zondag is samengevat, wat dus nodig was in het geheel om te geloven, wordt nu stuk voor stuk uiteengezet tot troost van Gods kerk. Om in alles het oog op die Vader te slaan, Die de Vader van Christus is, de Vader van de schepping, en omdat Hij Vader is van Christus, daarom ook mijn Vader is, zo zegt de onderwijzer in zijn onderwijzing. Het gaat dus nu over de werken van de drie goddelijke Personen afzonderlijk. Over het werk wat God de Vader doet, het werk wat Hem als vaderlijke Persoon wordt toegeschreven. Iedereen weet wel, dat het niet alleen de Vader geweest is Die de wereld gemaakt heeft. Het was de Vader, Die door de Zoon alles geschapen heeft. Zonder Hem is immers geen ding gemaakt, wat gemaakt is, maar wanneer we spreken van God de Vader en onze schepping, dan wil dat zeggen, dat de schepping het bijzondere personele werk van de Vader is. In de schepping straalt meer nog dan het werk van de Zoon en van de Geest het werk van de Vader uit. En daarom wordt de schepping genoemd het werk van de Vader, zoals in de verlossing meer het werk van de Zoon naar voren komt. Ook de verlossing is niet enkel door de Zoon. Het vloeit voort uit het welbehagen van de Vader en wordt gewerkt in de tijd door de Heilige Geest. Dus alle drie de goddelijke Personen hebben deel aan het verlossingswerk, maar in het bijzonder is het toch Christus, die met Zijn bitter lijden en sterven ons van het eeuwig verderf verlost en de toegang tot God gebaand heeft.

Deze drie Personen hebben elk een afzonderlijk werk
Zo zien we dus dat deze drie Personen elk een afzonderlijk werk hebben. De Geest wordt genoemd de Geest van de heiligmaking. De heiligmaking die afzondert, niet alsof het buiten de Vader en de Zoon gaat, want de heiligmaking is door Christus. Hij is het, Die Zich voor ons geheiligd heeft, afgezonderd heeft. Maar ook volmaakt bewaard heeft. Hij werkt het alles door Zijn Geest. De Vader spreekt Zelf niet. Hij spreekt door de Zoon. Maar ook de Zoon op Zichzelf spreekt niet, dan door de Heilige Geest. Zo is er in de drie goddelijke Personen een heilige samenwerking, een goddelijke orde. De een is van de ander niet te scheiden, hoewel de werkingen van de personen wel onderscheiden worden. Het gaat in deze vraag en antwoord eigenlijk hierom, dat de eeuwige Vader, omdat Hij de Vader van Christus is, ook mijn Vader is. Dit is eigenlijk de kern van dit gedeelte. Het gaat hier dus niet in de eerste plaats om de schepping of onderhouding, maar het gaat er in de eerste plaats over, dat die grote, die heilige God, Die onzienlijke Vader, Die nooit geopenbaard is en nooit te zien is, dan alleen in Zijn Zoon, dat die eeuwige God, die zo machtig is, dat Hij enkel door Zijn machtswoord alles het zicht gaf, dat die nu ook mijn Vader is. Hij Zich toont een Vader van Christus te zijn. Want God de Vader is geen Vader geworden met de schepping, maar Hij was al Vader, voordat Hij geschapen had. Hij is de eeuwige Vader. Hij is altijd Vader geweest, ook zonder de schepping. Hij is de Vader van onze Heere Jezus Christus. Hoe is Hij de Vader van Jezus Christus? Wel door eeuwige generatie, door eeuwig in het Wezen van Gods inblijvende generatie, die altijd voortgaat.

God genereert, Hij blijft altijd door hetzelfde Goddelijk Wezen
schenken aan Zijn Zoon

Wat is eigenlijk generatie? Wat betekent het woord genereren? Dat betekent eigenlijk het gelijke voortbrengen, zoals een plant een andere plant voortbrengt. Maar dan gaat dat beeld ten opzichte van God niet helemaal op, omdat wat hier in de natuur, weer een nieuwe plant voortbrengt, die op zichzelf staat, hij groeit straks op en is ook weer een plant, die zichzelf voortbrengt. Zo is het in God niet, dat God genereert. Bij God noemen we dit een inblijvende generatie het scheidt van Hem niet af. Het is dus niet zo, dat Hij ergens voor duizenden miljoenen jaren de Zoon gemaakt heeft en dat de Zoon naast Hem staat ook als een God. Nee, zo is het niet. Hij genereert, Hij blijft altijd door dus hetzelfde goddelijk wezen schenken aan Zijn Zoon. Die goddelijke generatie is dus nooit aangevangen, maar die houdt ook nooit op. God blijft altijd aan het genereren, hetzelfde goddelijk Wezen schenken aan Zijn Zoon. Er komen dus nooit twee Goden èn de Vader èn de Zoon, ieder God, maar Hij gaat altijd door werkzaam bezig te zijn. God was geen doelloos God. Zelfs voor de schepping was God geen stil rustend doelloos in Zichzelf gekeerd Wezen, maar Hij was altijd bezig om de Zoon te genereren, altijd Zijn vermaking te hebben in de drieënige Godheid. Dat kunnen we niet begrijpen en daarom vraagt de onderwijzer ook: Wat gelooft u daar nu van? Te begrijpen is het niet. De Vader heeft altijd in de eerste plaats Zijn kind op het oog en Hij doet alles in de eerste plaats om Jezus' wil. Hij werkt nooit of het moet Christus behagen. Hij doet nooit iets of het moet in het voordeel zijn van de Zoon die Hij van eeuwigheid gegenereerd heeft. Alles doet Hij om Jezus wil, die moet de eer ontvangen. Dat is de wil van de Vader, dat de Zoon geëerd wordt. Want die de Zoon eert, die eert de Vader. Dat is het hoogste geluk van de Vader, wanneer we de Zoon eren. Door Hem heeft Hij alle dingen gemaakt, die gemaakt zijn. Want de schepping is gemaakt door Christus en daarom bidden we ook om Jezus' wil. Alles wat in de hemel en op de aarde is, dat is er om Jezus' wil.

De Vader zal Zijn werk voleindigen in de arbeid van Zijn Zoon
De grote strijd, die op de aarde te strijden is, op het smalle pad, dat ten leven is, tussen de macht van de satan en die van God, loopt daarop uit, dat Christus verheerlijkt zal worden. Als dan straks de Gog en de Magog zich gaan opmaken om in de laatste grote strijd de Christus te gaan overwinnen, dan zal daarin de heerlijkheid van het Lam geopenbaard worden, dat Hij in die laatste slag als overwinnaar uit de strijd zal treden en dat Hij al de vijanden onder Zijn voeten verpletteren zal. Daar zal dan ook de hoogste eer van de Vader in gelegen zijn. Dan zal Christus met Zijn schare de hemel binnengaan en dan zal Hij het koninkrijk aan de Vader overgeven. Dat wil zeggen, dan zal de Middelaar, die het werk volbracht heeft op de aarde, daar zijn als de Zoon van de Vader. Daar zal God weer zijn: Alles en in allen. Dan zal de Vader volmaakt Zijn werk voleindigen in de arbeid van Zijn Zoon, door de Heilige Geest. Daarvan spreekt dus deze zondagsafdeling, dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus alles doet om Christus wil. En dan zegt hij, dat Hij ook de Vader is van de schepping, Die hemel en aarde en al wat daarin is uit niet geschapen heeft. Die ook door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid ze nog onderhoudt en regeert omreden van Zijn Zoon Christus. Dus alleen die van Christus zijn, hebben een Vader in de hemel. Anders, zijn we uit de vader van de leugen, dan is de satan onze vader en dan doen we zijn wil.

God heeft zijn kinderen net zo lief als Christus
Alleen wanneer we in Christus zijn. En hoe komen we in Christus? In Christus komen we door wedergeboorte, door afgesneden te worden van onze oude levenswortel en ingeplant in Jezus Christus. Dus in het uur van de wedergeboorte wordt een kind van de satan een kind van God. Krijgt hij Christus tot zijn oudste broeder en God tot Vader. God de Vader ook tot zijn Vader, omdat Hij Vader is van Jezus Christus. En de Vader heeft Christus lief met een onpeilbare liefde en omdat Hij Christus liefheeft, heeft Hij ook degenen lief, die van Christus zijn. Die liefde tot Christus is zo groot, dat Hij de Zijnen even lief heeft als Zijn eigen Zoon. God heeft dus de Zijnen lief, omdat ze in Christus zijn. Jezus zegt dan ook: Al wat u de Vader bidden zult in Mijn Naam, dat zal Hij u geven. De Heere Jezus wil zeggen: Mijn Vader heeft Mij zo lief, dat Hij, als u vraagt: Heere, geef het me om Jezus' wil, dan zal Hij het u geven. Omdat Hij Mij zo liefheeft, niet u in de eerste plaats, maar Mij in de eerste plaats zo liefheeft, kan Hij u niets weigeren. Weet u waarin Hij in de eerste plaats getoond heeft, dat Hij u net zo liefheeft als Christus? Dat Hij Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft! Zijn natuurlijke Zoon die heeft Hij in de dood overgegeven om ons als kinderen te kunnen aannemen. Daarin is de grote liefde van de Vader geopenbaard, dat Hij het liefste dat Hij had in de dood overgaf, opdat wij kinderen van God zouden worden genoemd.

God heeft alles naar zijn aard in een tijdsverschil van zes dagen
geschapen en niet door evolutie

Hij is in de tweede plaats ook: Vader van de schepping. Hij heeft hemel en aarde uit niet voortgebracht en Hij onderhoudt en regeert alles door Zijn grote kracht. Ook nu, terwijl de wetenschap zo ver gevorderd is dat men meent met een paar grote strepen de eerste bladzijde van de Bijbel te kunnen doorstrepen, waar men geen woord van lezen wil. Nu belijden we nog heel eenvoudig met de onderwijzer: ik geloof. Al zegt ook de wetenschap, dat het onmogelijk is, dan geloof ik nog. Ik geloof, dat de eeuwige Vader van onze Heere Christus hemel en aarde met al wat er in is uit niet geschapen heeft en dat Hij deze door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid nog onderhoudt en regeert. Wanneer u in de eerste bladen van de Bijbel leest, is daar een prachtige harmonie, dan is er een goddelijke orde. Neem bijvoorbeeld de eerste met de vierde scheppingsdag. De tweede met de vijfde en de derde met de zesde. De eerste scheppingsdag het licht, de vierde dag de lichtdragers, zon, maan en sterren. De tweede dag het uitspansel en de vijfde dag vissen, en vogels die in het uitspansel leven. De derde dag gras, kruid en geboomte en de zesde dag kruipend gedierte en de mens. Zo ziet men een harmonie in wat God geschapen heeft. Ja, daar is een opklimming in, zie maar eens: eerst het kruid, dan het geboomte, dan de vogels, dan de vissen, dan het viervoetige gedierte en dan de mens. Ach, u hebt maar weinig studie nodig om te zien dat daar een prachtige harmonie in te vinden is. Steeds hogere wezens in hogere trap, in hogere orde. Welnu, zeggen ze, dat wijst alles op de evolutie. Uit die oercel is alles voortgekomen. En nu is het opmerkelijk, dat het het Woord van God dat ook zegt, die orde namelijk. Alleen, er is tijdsverschil, de Heere heeft alles naar Zijn aard geschapen. Niet zo, dat er een vis uit een plant is voortgekomen en een vogel uit een vis en een viervoetig dier uit een vogel en de mens weer uit een dier, zo niet. God heeft alles naar zijn aard geschapen.

Al Gods kinderen zijn in Christus
Ik geloof in het Vaderschap van God, dat de Vader om de wil van Christus , mijn God en mijn Vader is; daarin bestaat mijn vertrouwen. Dat is dus een wezenlijk deel van het waar zaligmakend geloof. Waar geen vertrouwen is op God, daar is geen geloof; het mag dan zwak zijn, het mag dan weinig in oefening zijn, maar waar het vertrouwen geheel en al gemist wordt, daar is ook geen geloof. Want vertrouwen behoort tot het wezen van het geloof. Vertrouwen en niet twijfelen, ja, dat hoort ten nauwste bij elkaar. Ik zeg niet, dat in de gelovige geen twijfel is, en dat er geen tijden meer zijn, dat ze niet geloven kunnen, dat is wat anders. Er zullen toch ook tijden zijn, dat ze het wel geloven en dat ze er niet aan twijfelen, dat Iemand anders hun schuld heeft voldaan. Al Gods kinderen zijn in Christus, of u veel of weinig gelooft. Dus zijn ook al Gods kinderen, kinderen van die Vader. En ze mogen Hem dus ook Vader noemen. Ja, Hij heeft het graag. God wil het, dat u Hem die tedere Vadernaam geeft. Omdat Hij u aanneemt in Christus.

God wil toch weer uw Vader zijn, gelooft u dat ?
Onze aardse vaders ontbreekt het dikwijls aan de wil en ook al willen zij het, dan kunnen zij het niet. Maar die hemelse Vader kan het en wil het ook. Wat ben u dan gelukkig als u zo'n Vader hebt. Hij is de Vader van Christus, Hij is onze Vader uit hoofde van onze schepping, maar nu hebben wij het heerlijk werk der schepping verknoeid en is onze Vader onze Rechter geworden. Nu zorgt Hij wel voor ons, maar we kennen Hem niet als Vader. Van nature hebben we een ander als vader gekozen en dat is de duivel. Als u die vader dient, dan komt u in de eeuwige godsverlating terecht en nu bestaat er een andere Vader. Dat is die Vader, die eigenlijk recht op ons heeft, Die ons aller Vader was, Die ons elke dag vriendelijk verzorgde. Die Vader, hoewel we Hem ontrouw zijn, staat nog te roepen, staat nog te bidden en te smeken. Hij wil toch weer uw Vader zijn, gelooft u dat, dat God van de hemel uw Vader weer zijn wil? Hoe lang hebt u nu die andere vader al gediend? dat u mocht gaan roepen tot die Vader van onze Heere Jezus Christus? Ja, Hij is de eerste, Hij heeft al staan roepen van uw jeugd af aan: Wendt u naar Mij toe en wordt behouden. Die dienst van de Heere, dat is een liefdedienst. Dan zorgt Hij voor u als een almachtig God en Hij wil het ook doen als een liefhebbend en getrouw Vader. Nu dan, als u dan een trouwe Vader in de hemel hebt, kom, wendt u dan niet van Hem af. Als Christus dan uw oudste Broeder is, zie naar Hem uit, verwacht dan Zijn komst, wanneer u Hem niet opmerkt, Hij zal zeker komen. Geeft u dan over aan Zijn leiding, elke dag weer opnieuw. Laat Vader dan zorgen. Nee, dan moet het niet zo zijn, dat u tot Hem de toevlucht neemt en als het dan niet gaat, dat u dan nog een achterdeurtje hebt van uw bevinding. Maar laat u dan onvoorwaardelijk aan Zijn voeten neerzinken en zeg het maar: Heere, hier ben ik, wilt U me hebben zoals ik ben? Ik vertrouw op U, trouwe Vader, ik geloof dat U het doen kan, ik wil door niemand anders geholpen worden. De wonden van mijn ziel zijn te diep. Ik geloof dat U het doen kan als een almachtig God en ook doen wil als een trouwe Vader. Verstoot mij niet, omdat U Jezus Uw Zoon niet verstoten hebt, omdat ik dit alles van U vraag om Jezus wil.


                        















 


a

LOGO






Sola Scriptura